“Zodra het kunst en cultuur heet, denken mensen dat het wit en ver weg is”

24 april 2017

Het gezicht voor de klas kan een blijvende impact hebben op leerlingen. De docent kan met zijn of haar enthousiasme voor bepaalde onderwerpen een vonkje doen overslaan. Ook met kunst en cultuur is dat het geval, of misschien juist. Een groot cultureel kapitaal van de leerkracht is daarbij gewenst. “Juist als leerkracht kun je kinderen een nieuwe blik meegeven”, zegt Koen van Eijck, hoogleraar aan de afdeling Arts and Culture Studies van de Erasmus Universiteit. “En daar heb je zeker cultureel kapitaal voor nodig.”


Door Sanne Helbers

Naam: prof. Dr. Koen van Eijck
Functie: hoogleraar aan de afdeling Arts and Culture Studies op de Erasmus Universiteit
Meest recente artikel/onderzoek: onderzoek naar talentontwikkeling in opdracht van het Fonds voor Cultuurparticipatie en Bureau Arte.
Eigen culturele interesse: vooral literatuur en muziek, drummen. Jazz en wereldmuziek.
Meest memorabele moment van culturele overdracht: mijn tamboercorpsdocent Piet Driessen. Hij heeft door zijn enthousiasme mij over weten te halen te blijven drummen.


“Cultureel kapitaal is de kennis van en voorkeuren voor kunst en cultuur in brede zin”, aldus Prof. Dr. Koen van Eijck vanuit zijn kantoor met uitzicht over de campus van de Erasmus Universiteit. In de vensterbank staat een exotisch houten beeld. Wereldmuziek is dan ook een van de items uit de inboedel van Van Eijcks culturele kapitaal. “Cultureel kapitaal ging voorheen vaak over de cultuur van de dominante klasse, waarbij de focus lag op hoge cultuur. Als je die in de vingers had, zou je er wel komen was de opvatting. Tegenwoordig is die nauwe definitie opengebroken. Het kan ook populaire cultuur zijn. In de nieuwste definitie zijn ook stand-up comedy of ICT-vaardigheden daar onderdeel van.”

Het begrip cultureel kapitaal werd geïntroduceerd door de Franse socioloog Pierre Bourdieu in 1979 en is sindsdien overladen met afwisselend goud of pek en veren. Van Eijck: “In de jaren ’90 werd het snobistisch gevonden om alleen op hoge cultuur te focussen en dat als beter te classificeren. Het was een periode waarin klasseverschillen in dat opzicht minder belangrijk leken te worden. De focus verschoof naar de ‘culturele omnivoor’, die alle soorten kunst en cultuur consumeert. Het gaat er daarbij niet zozeer om wát je mooi vindt – dat kan zowel hoge als populaire kunst zijn –, als je maar selectief kijkt en zoekt naar kwaliteit.” Want verschil in kwaliteit is er wel degelijk, aldus van Eijck. “Sommige muziek is nu eenmaal van hogere kwaliteit dan andere. En het is belangrijk dat we kunnen blijven onderscheiden dat het ene beter is dan het andere. Als we dat helemaal laten varen, schieten we door in cultuurrelativisme. Dan wordt het moeilijk om nog over kwaliteit te praten.”

Hoe mensen met cultuur omgaan verschilt echter nog steeds, wat terug te voeren is op het verschil in cultureel kapitaal. Van Eijck: “In het onderzoek dat ik nu uitvoer kijk ik bijvoorbeeld naar karaoke, volgens velen lage kunst. Toch doen ook mensen met veel cultureel kapitaal eraan mee. Het verschil zit hem erin dat de groep met weinig cultureel kapitaal er anders mee omgaat dan de groep met veel. Doet de eerste groep dat zeer serieus, de tweede ziet vooral de ironie ervan in. Mensen doen ogenschijnlijk hetzelfde, maar de betekenis is totaal verschillend. Het toppunt van cultureel kapitaal is dat je vanuit een esthetische houding kunt kijken naar populaire cultuur. Soms leidt dat tot waardering omdat er ook in populaire cultuur interessante dingen te vinden zijn. Wanneer je iets benadert met ironie, betekent dat eigenlijk dat je jezelf juist daarvan distantieert. Tegelijkertijd ben je het wel aan het doen.”

In de tussentijd is de theorie van Bourdieu weer toe aan een laagje goud. “Zijn theorie is aan een enorme revival bezig en is actueler dan ooit”, zegt Van Eijck. “Want als onder cultureel kapitaal individuele vaardigheden en kwaliteiten worden verstaan, dan is het belangrijker dan ooit om cultureel kapitaal te hebben. En het wordt steeds belangrijker om jezelf met individuele kwaliteiten te onderscheiden. De arbeidsmarkt wordt flexibeler, mensen moeten zich continue heroriënteren en bijscholen. De focus ligt meer op het ontwikkelen van leergierigheid en het klaarstomen voor een leven lang leren. Daarom is er meer aandacht voor de rol van creativiteit, talentontwikkeling en de verbeelding in het onderwijs. Daarin speelt cultuureducatie een rol. En daarom ook is het hebben van cultureel kapitaal belangrijker geworden.”

Over het belang van het hebben ervan bestaan dus geen twistpunten. Hoe je het vergaart en gebruikt is in de laatste decennia echter wel veranderd. De ouders en directe omgeving lijken aan invloed te verliezen. Van Eijck: “Mijn kinderen kijken veel meer naar hun vriendjes: wat kijken en luisteren zij? Dat vinden ze veelal via sociale media. Ze creëren hun eigen wereld, die niet meer zo sterk wordt bepaald door hun achtergrond. Maar het probleem blijft hierbij dat je dan in de filterbubbel van je eigen groepje blijft hangen. Smaakontwikkeling in en een bredere horizon voor dat wat niet via commercie, vrienden en sociale media wordt aangereikt, leer je niet zonder begeleiding.”

De leerkracht kan hierin een rol spelen volgens Van Eijck. “Waar je kunt, moet je de mogelijkheid benutten om de horizon van kinderen te verbreden. Als leerkracht ben je een van de spelers in hun smaakontwikkeling. In het onderzoek naar talentontwikkeling dat ik nu doe, komen we geregeld tegen dat een leraar juist degene is geweest die invloed had. We gaan nog onderzoeken of het culturele kapitaal van de leerkracht zelf hierbij een rol speelde, maar dat verwacht ik zeker. Hoe meer je als docent je oren en ogen open hebt staan, hoe meer je kunt overbrengen, ongeacht wat dat is. Je leert leerlingen dat er meer is dan de default optie die ouders of vrienden voorleggen.

Mijn eigen muziekdocent heeft mij door zijn enthousiasme aangestoken toen ik als puber mijn interesse voor muziek maken begon te verliezen”, vertelt Van Eijck. “Ik drum nu nog steeds. Daarvoor verdient hij alle lof. Maar om leerkrachten zover te krijgen is het kweken van urgentiebesef voor cultuurvakken belangrijk. Dan moeten ook de mensen die het niet zo leuk vinden er iets mee, op welke manier dan ook. Op de PABO is er weinig oog voor cultuureducatie. Dan blijft het afhankelijk van het gezicht voor de klas en of die er iets mee heeft. Dat is wel droevig. Leerkrachten in opleiding kunnen ook niet allemaal goed rekenen, maar daaraan wordt wel harder gewerkt. Overigens maakt een zwalkend beleid op het gebied van cultuureducatie urgentie wel lastig.”

Een groot cultureel kapitaal van de leerkracht draagt dus waarschijnlijk alleen maar bij aan een meer onderbouwde smaakontwikkeling bij de leerlingen. Voor de vorming van cultureel kapitaal is het belangrijk dat diversiteit het klaslokaal binnenkomt. Niet alleen hoge of populaire cultuur, maar een afwisselend aanbod. Zeker in een stad als Rotterdam waar binnenkort alleen nog maar minderheden bestaan. “Zodra het kunst en cultuur heet, denken mensen dat het wit en ver weg is”, aldus Van Eijck. “Dat het over veel meer gaat en juist ook is voor groepen die er normaal niet zo snel mee in aanraking komen, ontgaat velen. Via cultuuronderwijs kunnen we daaraan werken.”

Prof. Dr. Koen van Eijck