Veldwerk in de stad: hoe drie kenniscentra voor cultuuronderwijs te werk gaan

22 mei 2017

In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bestaan sinds enige jaren kenniscentra voor cultuuronderwijs. Ze zijn in het leven geroepen als verbindende schakel tussen scholen enerzijds en anderzijds een veelheid van dans- en theatergezelschappen, musea, beeldend kunstenaars, bands en orkesten. Dit met de bedoeling om het cultuuronderwijs in hun stad op een hoger plan te brengen. Tot voor kort was cultuureducatie een zaak tussen deze partijen onderling. Nu, na jarenlange praktijkervaring, is het goed om de kenniscentra onder de loep te nemen en te bekijken wat ze hebben bereikt.

Door Peter Zwaga


Muziekles, toneel of handenarbeid werden tot pakweg dertig jaar geleden op basisscholen veelal door vakleerkrachten gegeven. In die tijd was de handwerkjuf of blokfluitleraar een vanzelfsprekende verschijning in de klas. Totdat de meeste scholen eind jaren tachtig hun accenten verschoven richting beter presteren in taal en rekenen. Kunst- en cultuurvakken verdwenen daarmee naar de periferie van het schoolaanbod. Scholen die cultuuronderwijs wilden geven, konden dit het beste op projectbasis inkopen bij musea, theaterinstellingen of zelfstandige kunstenaars, die hier veelal door de overheid gesubsidieerde lessen voor ontwikkelden. Deze lessen betekenden doorgaans leuke, inspirerende ervaringen voor de leerlingen. Maar ze gingen niet uit van de onderwijsbehoefte van de school. Daarmee kwamen ze in het hele lesaanbod nogal geïsoleerd te staan. En dat terwijl er zoveel meer mogelijk blijkt.


Pilot speciaal onderwijs. Drostenburg met de Cultuurbus naar het Rijksmuseum.
Foto: Ada Nieuwendijk

Fundament
Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat cultuuronderwijs een belangrijke bijdrage levert aan de brede ontwikkeling van kinderen. Wanneer ze goed zijn ingebed in het schoolcurriculum werpen lessen in theater, dans, beeldende vorming, erfgoed of muziek ook hun vruchten af op het gebied van taal, rekenen en de zaakvakken. Kinderen leren hun emoties – en die van anderen – beter begrijpen en krijgen meer zicht op hun identiteit. Ook de ontwikkeling van burgerschap en de zogeheten 21st century skills zijn met goed cultuuronderwijs gediend. Ieder kind in Nederland moet via school in aanraking komen met kunst en cultuur, zei de minister van onderwijs vorig jaar dan ook. Om daaraan toe te voegen: niet bij wijze van franje, maar als fundament.


Bezoek aan het Mauritshuis, CultuurSchakel
Foto: Maaike van Grol

Deze inzichten maakten dat Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ervoor kozen om cultuureducatie gemeentebreed beter in de steigers te zetten. Cultuuronderwijs was inmiddels voornamelijk een zaak tussen scholen en talloze, vaak door gemeente en Rijk gesubsidieerde aanbieders en niemand hield nog overzicht over het geheel. Deze aanbieders gaven de scholen ook advies. Maar omdat men van WC-eend al gauw WC-eend adviseert, werd het tijd om een onafhankelijke, neutrale partij in het leven te roepen. Tegen deze achtergrond ontstonden de drie kennis- of expertisecentra in kunsteducatie. In Amsterdam werd in 2005 Mocca opgericht, in 2013 ontstond in Den Haag Cultuurschakel, en in 2014 verzelfstandigde Rotterdam het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR).

Lees het hele artikel hier.


Foto bovenaan: Herman Engbers