Terugblik: Bijeenkomst professionele leergemeenschap Rotterdams CKV. 'Het perspectief van de leerling'

31 mei 2018

Dinsdag 15 mei stapten leden van het netwerk Rotterdams CKV “de Maakruimte” in bij Wolfert van Borselen College. Bij aankomst was de verdieping al omgetoverd met verschillende tools en opstellingen—allemaal met het doel om een gesprek te op gang te brengen onder de deelnemers: “wat dragen we bij aan betekenisvol cultuuronderwijs en waar willen we samen heen om dit waar te maken?” Jillis Verbeek en Sjaan van Riel (de Maakruimte) gaven deze stelling een actieve vorm met als basis het creatief proces.

 

Het creatief proces zetten we vanmiddag in om met vertrouwen, persoonlijke expertise en zelfreflectie tot een gezamenlijk doel te komen gericht op het eigenaarschap van de leerling. Voor dit proces heb je een maakruimte nodig, aldus Sjaan van Riel. “Ik merk in de praktijk dat alles mogelijk is als je het gewoon laat gebeuren in alle openheid” aldus Jillis Verbeek.

 

Sjaan van Riel noemt vervolgens een voorbeeld van een leerling die een boekverslag moest maken. Eerst, zag de leerling er tegen op: “Oh, nee. Niet weer een boekverslag”. Maar de leerling kwam met een ander, eigen voorstel. Ze wilde al een tijd grafische vormgeving leren door met Adobe Illustrator te werken. De uitkomst? Ze stelde aan haar docent Nederland dat ze haar eigen stripverhaal ging maken. Dit ontwikkelde zich verder tot een project waarmee ze ook extra punten kon krijgen voor het vak beeldende vorming. Wat komt er verder kijken bij een stripverhaal maken? Het verhaal moet ook gedrukt en ingebonden worden. In iedere stap, leerde ze actief nieuwe vaardigheden (taal, rekenen, tekenen, productie). “Leerlingen groeien door het zelfvertrouwen geboren uit intrinsieke motivatie en gaan op een andere manier denken. Vanuit een wens, verlangen ontstaat eigenaarschap. Ze kon in haar evaluatie verwoorden dat ze vanaf het begin er zin in had en het ook nuttig vond, dat gebeurt niet altijd. Daar zit de kracht van eigenaarschap, dat een leerling vanuit eigen initiatief iets wil weten en dat willen weten om kan zetten in willen leren” aldus van Riel.

 

Verbeek laat een voorbeeld zien vanuit het digitale volginstrument het Cultureel Zelfportret, onderdeel van de Cultuur Loper in Noord Brabant. De leerling is eigenaar van zijn of haar zelfportret en beslist bijvoorbeeld vanuit eigen initiatief wat voor hem of haar waardevolle momenten waren. Ook vormt de leerling persoonlijke leervragen en er vinden reflectiegesprekken plaats tussen leerlingen onderling. Dit alles wordt zichtbaar in het Cultureel Zelfportret en geeft onder andere een beeld van het persoonlijke perspectief van de leerling. Want om bij te willen dragen aan betekenisvol cultuuronderwijs is het een mooie eerste stap om na te gaan wat het perspectief van de leerling is.”

 

Van Riel en Verbeek leggen uit wat er bedoeld wordt, als je het hebt over het perspectief van de leerling. Het perspectief is volgens hun een gezichtspunt. Het punt waar een persoonlijke wens, een situatie en het beeld van de wereld samenkomen. Vanuit dit persoonlijke perspectief wordt betekenis toegekend aan een ervaring en gaat de leerling verder dan zijn eerste impuls.

 

Na deze introductie gingen de deelnemers van de professionele leergemeenschap van culturele instellingen en scholen in kleine break-outs samen de uitdaging aan. Ze kregen de ruimte om in 30 minuten vanuit een gezamenlijk geformuleerd doel eerste ontwerpen te maken voor activiteiten en projecten waarin het eigenaarschap van de leerling centraal staat. Denken werd gelijk omgezet in doen. De groepen namen verschillende richtingen, vanuit de centrale vraag: wat kunnen wij bijdragen aan betekenisvol cultuuronderwijs voor de leerling?’ Gaan leerlingen zelf de maakruimte in of moet je dat faciliteren? “Leerlingen gaan niet uit zichzelf voor 120 mensen dansen”. Een andere docent vult aan “Maar als het in de activiteiten terugkomt als onderdeel van een groter geheel, dan misschien wel”. “Interessant zou zijn als leerlingen direct hun vragen kunnen stellen aan culturele instellingen.” ‘Dat er een soort digitale vraagknop komt die ze kunnen gebruiken.” Een andere groep concludeert: kunst en cultuur is een middel om de belevingswereld van leerlingen uit te breiden en laat zien dat het anders kan. Hoe sluit je aan bij die belevingswereld? Instellingen zijn vaak erg gericht op docenten, maar minder op de wensen van leerlingen. De conclusie: vraag het de leerlingen! “Ik zou dolblij zijn met hun antwoorden—de leerlingen kunnen veel beter verwoorden wat ze willen” aldus een medewerker van Theater Rotterdam. CKV docent, Wilma vult aan: “Ik merk dat leerlingen gaan kijken op een website en vervolgens altijd terugkomen bij mij.”

 

 

Deze eerste antwoorden en uitwerkingen kunnen in een later stadium startpunten zijn voor proeftuinen. De gesprekken, en plannen werden in de grote groep informeel doorgezet tijdens de gezamenlijke evaluatie en borrel.

 

Wil jij het komende schooljaar 2018-2019 (weer) deelnemen aan de professionele leergemeenschap van het Rotterdams CKV, meld je dan aan door een mailtje te sturen naar s.taus@kc-r.nl.


Om de 6 weken vindt er een nieuwe bijeenkomst plaats. Elk heeft een ander onderwerp, samenstelling en locatie. De bijeenkomst bestaat uit een plenaire sessie, een paar deelsessies, een update van Rotterdams CKV en een borrel.