Talentontwikkeling niet alleen voor havohoofden - Melissa van Amerongen

31 maart 2017

Hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam? Dat is de hoofdvraag waarmee de vier correspondenten van de Maand van Cultuuronderwijs op pad gingen. Iedere correspondent kreeg een eigen thema mee van waaruit hij of zij  de hoofdvraag op geheel eigen manier aanvliegt.  De vier thema’s zijn: inclusiviteit, identiteit, creativiteit en brede talentontwikkeling. Nu de Maand bijna voorbij is geven zij een overview van hun ervaringen.

Melissa van Amerongen is redacteur, schrijver en onderzoeker. Als sectieredacteur Wetenschap en Onderwijs bij Vers Beton hield ze zich de afgelopen jaren veel bezig met het Rotterdamse onderwijs. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs gaat ze als correspondent op pad met het thema brede talentontwikkeling. Welke vaardigheden moeten leerlingen kunnen ontwikkelen? En welke rol is hierin weggelegd voor cultuuronderwijs?

door: Melissa van Amerongen 

 

“Ik denk dat de meeste echt getalenteerde mensen in hun jeugd eenzaam zijn geweest”, zegt Leonard Paepe, kunstfilosoof.

 

Eenzaamheid ja. Urenlang sluit je je op in je kamer, dag na dag. Je klasgenootjes spelen buiten, maar jij wijdt je aan je hobby of interesse. In jouw verbetenheid ontwikkel je je tot een talent.

 

‘Ja maar jij hebt talent hiervoor, jou gaat het gemakkelijk af’: dat is eigenlijk een grote belediging. Want talent is zweten, hard werken. Tienduizend uur van je leven: die moet jij investeren voordat jij een vaardigheid meester bent, een talent bent. Tienduizend harde uren, deliberate practice. Dat is jouw talent.

 

Het belangrijkste talent van de talentvollen: eindeloos lang en doelgericht aan je doel blijven werken. Zoals de wereldkampioen breakdance Paolo Nunes. Hij zag na een ongeluk waardoor zijn been verkort moest worden, zijn droom om profvoetballer of hardloper te worden in duigen vallen. Hij ontwikkelde volledig op eigen kracht zijn danstalent. “Ik wilde alles uit mijn lijf halen. Maar moest de dans opnieuw uitvinden, want met mijn ingekorte been kon ik de bestaande passen niet uitvoeren”. Elke dag trainde hij acht uur, jarenlang. Soms ging hij nauwelijks vooruit, het lukte maar niet die ene beweging onder de knie te krijgen. “Het is dankzij God dat ik hier bij jullie ben, anders had ik het zeker opgegeven”.

 

Kunst en cultuur? Voor onze leerlingen is dat niet iets voor hen, maar iets voor de blanke mensen aan de overkant van de rivier”. Naïma Zeijpveld van vmbo-school de Hef legt de vinger op de zere plek: we doen veel aan talentontwikkeling in de stad, maar het zijn toch vaak de slimmere leerlingen die boven komen drijven. Havo/vwo leerlingen, een enkele mavist.

 

Willen we talent selecteren of willen we talent ontwikkelen? En kunnen we ook de kinderen van Zeijpveld bereiken? Want juist zij kunnen er zo van profiteren. Ze bloeien ervan op, merkt Zeijpveld. Sterker nog: van echt goede kunstlessen profiteren juist de zwakste leerlingen, blijkt keer op keer uit onderzoek. Liefst in combinatie met taallessen.

 

Ingrid Duindam, theatermaker en dramadocent, merkte dat het wel een opgave is. Haar reguliere theaterlessen sloegen totaal niet aan bij de leerlingen van het praktijkonderwijs. Het voornaamste struikelblok: de aandachtsspanne is kort, ze zijn snel afgeleid en abstractie is hun zwakte. Daarom hebben ze ook moeite met leren.

 

“Tja, veel kunstonderwijs is van havohoofden, voor havohoofden”, vindt muziekcoach Mink Stekelenburg. Hoe bereik je de rest? Minder toetsen? Minder sturen? Bij Accent praktijkonderwijs Hoogvliet merken ze dat juist in het praktijkonderwijs leerlingen kunnen profiteren van kleine, haalbare doelen. Dít kun je wel goed, dit heb je binnen. Deelcertificaten werken juist in praktijkonderwijs goed, denkt ook Duindam. Als de steentjes van Hans die met Grietje zijn lange tocht door het bos voert.

 

Sociale verwachtingen zijn trouwens ook een grote barrière om serieus aan je talent te werken. Daar stonden de beginnende toneelspelers van Accent Praktijk Centrum op het podium van het prachtige Hofpleintheater, tijdens de WIRED Theater van hun school. Ginnegappend tegenover hun schoolgenootjes in de zaal, die ook niet zo goed wisten hoe ze zich hoorden te gedragen. Iets grappigs gaat goed, of iets stoers, maar als het te serieus wordt, is er snel weer de schaamte.

 

“Sommige kinderen vinden het zelfs moeilijk om elkaar een hand te geven als ik ze leer dansen”, zegt Nunes. Wat hielp was de groep een naam geven: nu winnen of verliezen ze samen. Maar misschien moet je om je talent te ontwikkelen wel durven om je af te zetten tegen de groep. Ook Nunes moest zijn beste vriend verstoten.

 

Juist als je een onervaren leerder bent, zoals deze leerlingen van het praktijkonderwijs, kun je wel wat hulp gebruiken van een goede docent. Iemand die jou de weg naar jouw podium wijst, je inspireert, een lijn helpt uitzetten waarlangs je je lange eenzame tocht zal moeten volbrengen.

 

Maar alleen slechte kunstenaars worden docent. Het kunstenaarschap is een ander soort roeping dan het docentschap. Op de kunstacademie leer je: je bent docent of je bent kunstenaar. Lesgeven aan een groep ketende pubers met gevoel noch respect voor de kunstvorm die jou drijft en motiveert: daar heeft lang niet iedereen zin in. En ook kunstenaars kennen dus schaamte.

 

“Veel talent in die klas, supertof!”, zo typeerde Stekelenburg een havo/vwo Montessoriklas aan wie hij experimentele muzieklessen gaf. Wat bedoelde hij daar eigenlijk met ‘talent’? Ze verstonden zijn taal, ze pikten het snel op. Ze hadden mooie stukken geproduceerd, hij liet ze ons luisteren. Kijk eens wat een talent. En dat is supertof, want mooie werken treffen het hart van de kunstdocent.

 

Want zo kijken we nog te vaak naar talent: het is er of het is er niet, en als het er is, dan ziet het er mooi uit. Het enige dat nodig is om het te ontplooien is ruimte om je eigen weg te ontdekken. Is dat niet typisch iets dat alleen een havohoofd kan bedenken?

 

Wordt vervolgd

De komende weken spreek ik nog met Naïma Zeijpveld (De Hef), Els Burger (Accent Praktijk Hoogvliet) en Iebel Vlieg (jeugdcultuurfonds) over talentontwikkeling van beginnende leerders en of het onderwijs juist hen kan helpen om hun talenten te ontwikkelen.