Serious Business - Inge Spaander

31 maart 2017

Hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam? Dat is de hoofdvraag waarmee de vier correspondenten van de Maand van Cultuuronderwijs op pad gaan. Iedere correspondent krijgt  een eigen thema mee van waaruit hij of zij  de hoofdvraag op geheel eigen manier aanvliegt.  De vier thema’s zijn: inclusiviteit, identiteit, creativiteit en brede talentontwikkeling.

Inge Spaander is Docent Media, Maatschappijleer en Ondernemerschap en museumdocent bij het Belasting en Douane Museum. Daarnaast is ze lid van Meetup010 en blogt ze regelmatig over onderwijs. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs gaat ze als correspondent op pad met het thema creativiteit. Wat is de waarde van creativiteit in onze (Rotterdamse) maatschappij? En wat is precies de relatie tussen cultuuronderwijs en creativiteit?


door Inge Spaander


Voor wie gebukt gaat onder het gevoel dat kunst en cultuur landelijk steeds meer aan belang en subsidies inboet: vrees niet! In Rotterdam timmert een leger van betrokkenen aan een gedegen inhoud van het Rotterdams cultuuronderwijs. Dat doen ze op z’n Rotterdams: de krachten gebundeld, meteen aan de bak en enkel tevreden met ambachtelijke kwaliteit. Poetsen dus, maar zeker ook lullen. ‘Wat doen we en waartoe willen we dat onze inspanningen leiden?’ was een veelgehoorde vraag op de bijeenkomsten die ik de afgelopen maand bezocht.

 

Met mijn kompas gericht op het thema ‘creativiteit’, en wat vragen hierover in m’n rugzakje, baande ik me een weg door de Maand van Cultuuronderwijs. Mijn zoektocht begon bij een eindpunt: toneelstuk Hikikomori in Studio de Bakkerij. Het eindresultaat van een samenwerkingsproject tussen jonge Nederlandse en Duitse acteurs, tussen acteurs en regisseur, tussen traditioneel spel en nieuwe mediatechnologie. Tijdens het kijken en nabespreken met gasten kwamen er vragen bovendrijven die de rest van de maand bleven doorklinken: Kunnen we de wereld van de jongere nog wel echt kennen en begrijpen? Willen we dat? Kunnen en willen we er wat tegenover zetten?

 

Een paar dagen later belandde ik bij Make!, een ontwikkel-tweedaagse waar een indrukwekkend grote groep kunst- en techniekdocenten samen werkten aan opdrachten voor makereducation. Je eigen boek ontwerpen en drukken, een zesde zintuigmachine maken of je eigen lokaal inrichten: allemaal opdrachten waarbij leerlingen leren door te maken. Makereducation past goed bij de ‘ 21st century skills’ die we zo belangrijk vinden, maar hoe verhoudt het zich tot kunst- en cultuuronderwijs? Wat moeten we leren door te maken? Blijft er nog ruimte voor creativiteit? Of is maken de nieuwe creativiteit?

 

Ik eindigde mijn zoektocht door gesprekken en evenementen bij een begin: de Take-off van het Rotterdams CKV. Het afgelopen jaar hebben  enkele middelbare scholen en kunstinstellingen samen ckv-proeftuinen opgezet om een nieuw en Rotterdams CKV neer te zetten. Dat Rotterdams CKV is een reactie op de landelijke veranderingen in het vak ckv- waarbinnen persoonlijke onderzoeksvragen van leerlingen voortaan leidend moeten worden. Het opdoen van kunstervaringen wordt daarmee minder belangrijk. ‘De laatste uitkleding van het vak.’ noemde een van de aanwezige docenten het. Het Rotterdams CKV-model zorgt ervoor  dat leerlingen juist wel in aanraking blijven komen met het diverse culturele leven in Rotterdam. De proeftuin van Calvijn Business School, in samenwerking met SKVR en Maas theater en dans, liet zien hoe mooi en lastig dit tegelijkertijd kan zijn. De leerlingen maakten een prachtig eigen theaterstuk, maar dit kon voornamelijk tot stand komen door binnen de school samen te werken met andere vakken en de opbrengst te koppelen aan ondernemersvaardigheden. Deze functionele benadering van het vak werd door de één bejubeld en door de ander als een noodzakelijk kwaad gezien. Een mooi gesprek over het op zichzelf staande belang van kunst en cultuur(onderwijs).

 

Het programmaboekje van de Maand van Cultuuronderwijs bleek een schatkaart te zijn, maar mijn honger naar antwoorden is nog niet gestild. Hoe heeft creativiteit een rol in het cultuuronderwijs? Hoe draagt het cultuuronderwijs bij aan creativiteit? En wat is dan die creativiteit? Zoals de kleuterjuf die ik sprak zei: ‘ Het gaat niet alleen om het leren knippen en plakken, het draait ook om je eigen verbeelding.’ Ze zei bijna hetzelfde als de handvaardigheidsdocent uit het VO: ‘ Vrije opdrachten zijn heel lastig voor leerlingen, maar daar moet je wel naar toewerken.’ Is creativiteit dan het vermogen om je eigen verbeelding te hebben en uit te kunnen werken? Het overheidsbeleid lijkt een ander antwoord te geven: met de nieuwe landelijke invulling van ckv wordt het vak vooral een middel om onderzoeksvaardigheden aan te leren.

 

Creativiteit als doel an sich of creativiteit als middel bij het leren en leven? Mijn kompas hapert een beetje, maar één ding weet ik zeker: mijn vragen zijn springlevend in Rotterdam. En mocht makereducation de nieuwe creativiteit zijn, dan zijn de mensen die ik de afgelopen maand heb gesproken en gezien de belichaming van die nieuwe creativiteit. Hier in Rotterdam wordt keihard gemaakt en geleerd door de betrokkenen bij cultuureducatie. Serious business dus, maar waarom?