Persoonlijke ontwikkeling en cultuuronderwijs als medicijn tegen kansenongelijkheid

10 november 2017

Meer cultuuronderwijs zou wel eens het beste antwoord kunnen zijn op de groeiende ongelijkheid van kansen voor leerlingen in het Rotterdamse onderwijs. Dat betoogde keynote spreker professor Barend van Heusden (Rijksuniversiteit Groningen) op de werkconferentie ‘Gelijke Kansen met Cultuureducatie’ van 2 november jongstleden. Cultuureducatie draagt bij aan het zelfbewustzijn van leerlingen. Dit zelfbewustzijn is een belangrijke voorwaarde voor een gelijke startpositie in een multi-diverse stad als Rotterdam, zo stelde Van Heusden met instemming van veel deelnemers van de conferentie.

Door Jon Marree

Uit cijfers blijkt dat leerlingen met lager opgeleide ouders, ook als ze het op school ‘goed doen’ en een goede citoscore hebben, vaak doorstromen naar lager voortgezet onderwijs. Daarbij blijkt eveneens dat deze vorm van ongelijkheid verder aan het toenemen is. Dat is een landelijke trend, die zich ook in Rotterdam voordoet. Dit terwijl onderwijs alle leerlingen juist een gelijke startpositie, los van hun afkomst, zou willen meegeven.


Achterstanden wegwerken
Wat is er tegen deze ontwikkeling te doen? Geïnspireerd door Van Heusden gingen tijdens de werkconferentie, die door KCR en de stuurgroep Gelijke Kansen met Cultuuronderwijs werd georganiseerd, ongeveer zestig vertegenwoordigers van het Rotterdamse onderwijs, de culturele sector en de gemeente, over dit vraagstuk in gesprek. Aan het eind van de bijeenkomst tekende een heldere conclusie zich af: het is tijd voor het inruimen van een grotere plaats voor de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen in het Rotterdamse onderwijs.

‘De afgelopen jaren hebben veel Rotterdamse scholen stevig, en met succes, ingezet op het wegwerken van achterstanden op het gebied van taal en rekenen’, zegt Anne Marie Backes, directeur-bestuurder van KCR. ‘Maar het is inmiddels duidelijk geworden dat dit de kansenongelijkheid niet heeft weggewerkt. In tegendeel. Meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling levert zelfbewuste leerlingen op die zichzelf en hun omgeving kennen. Die weten wat ze met hun talenten en kwaliteiten aan hun omgeving kunnen bijdragen.’

Onderzoekende houding
Cultuuronderwijs is belangrijk voor het ontwikkelen van dit zelfbewustzijn. Want cultuuronderwijs laat leerlingen op verschillende manieren, via het lichaam of de taal, muziek of schilderen, op hun eigen cultuur en die van anderen reflecteren. Daarbij speelt verbeelden een grote rol, zowel door zelf te dansen, te zingen en vorm te geven, als door de kunstuitingen van anderen te ervaren en er betekenis aan te geven. ‘Cultuuronderwijs stimuleert een open en onderzoekende houding, die helpt om te kunnen omgaan met heel verschillende waarden en opvattingen’, aldus Anne Marie Backes. ‘Zo komen leerlingen minder snel terecht in radicale welles-nietes redenaties, of wij versus zij situaties.’

Tijdens de conferentie vatte professor Van Heusden het belang van cultuuronderwijs overtuigend samen. Cultuuronderwijs benadert leerlingen als individuen, waardoor er meer ruimte komt voor vrijheid en creativiteit. Het stimuleert de verbeelding. Het leert leerlingen hun opvattingen onder woorden te brengen, zodat ze zich kunnen uiten en hun zelfbewustzijn vorm kunnen geven. Bovendien sluit het nauw aan bij de zogeheten 21st century skills. Cultuuronderwijs komt het beste tot zijn recht als het met de juiste intensiteit wordt gegeven. Als het is ingebed in het curriculum van de school, bijvoorbeeld door middel van lange leerlijnen. En als leerkrachten hierbij goed worden ondersteund en van inspiratie voorzien.

Verschil tussen feiten en meningen
Daarbij biedt cultuuronderwijs eveneens kennis en inzicht wat betreft de complexiteit van cultuur. Kennis is belangrijk, als reservoir in het geheugen, waaruit leerlingen kunnen putten om tot nieuwe inzichten en nieuwe werkelijkheden te komen. Cultuuronderwijs leert eveneens het onderscheid te maken tussen kennis en waarheid aan de ene kant, en meningen en waarden aan de andere kant. Het verschil tussen kennis en waarden, tussen feiten en meningen, vormt de basis van onze democratie en van het kritische debat. In een tijd waarin een enorme hoeveelheid informatie op kinderen en jongeren afkomt, is het bovendien extra van belang om meningen van feiten te kunnen onderscheiden.

Tijdens de werkconferentie werden verschillende interessante, geïnspireerde en creatieve ideeën – rijp en groen – naar voren gebracht. Eén wethouder voor zowel cultuur als onderwijs bijvoorbeeld, zodat beide beleidsterreinen beter op elkaar aansluiten. De mogelijkheid van het versterken van de positie van Interne Cultuur Coördinatoren (ICC’ers) op scholen. Kunst als vanzelfsprekend onderdeel van het schoolcurriculum. Een persoonlijk ontwikkelplan (‘pop’) voor leerlingen. Naast ‘Sportsupport’ en ‘Lekker Fit! scholen’ ook ‘Cultuursupport’ en ‘Lekker Kunst! scholen’. Een persoonlijk ontwikkeltraject voor leerkrachten.

Het gesprek dat op de werkconferentie startte, smaakte naar meer, daar waren de meeste deelnemers het over eens. Er werden op dat vlak ook concrete initiatieven genomen. Zo besloten vertegenwoordigers van basisscholen en de pabo om verder te discussiëren over de plek van kunst en cultuur in de opleiding voor leerkrachten. Vertegenwoordigers van gemeente en scholen praten verder over de mogelijkheid om zelfbewustzijn van leerlingen beter in het onderwijsbeleid te benutten. Het ontwikkelen van zelfbewustzijn kan ook, zo luidde de verwachting, veel bijdragen aan het thema burgerschap.

Nieuw college
Anne Marie Backes zegt blij te zijn met de uitkomsten van de conferentie. ‘We zijn flink opgeschoten en het pleidooi voor meer ruimte voor de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen kan nieuwe inspiratie geven aan het cultuuronderwijs op Rotterdamse scholen. Wat mij betreft is het tijd dat al het getoonde elan verder in de dagelijkse onderwijspraktijk terechtkomt. Dat betekent dat het moet worden uitgewerkt en geagendeerd.’ In dit verband wijst ze op de door KCR georganiseerde Rotterdamse Maand van Cultuuronderwijs in maart 2018, waar een vervolg aan de werkconferentie wordt gegeven. Op bestuurlijk niveau ziet ze mogelijkheden in het verlengde van het Masterplan onderwijs. ‘Maar ook kan het nieuwe college van burgemeester en wethouders, dat ongetwijfeld aandacht gaat geven aan kansenongelijkheid in het onderwijs, een belangrijk aandeel leveren.’

Volgens haar kan het thema persoonlijke ontwikkeling en kansenongelijkheid binnen de cultuureducatie met name opgepakt worden door het stedelijke Netwerk cultuureducatie en talentontwikkeling, maar ook door de leergemeenschap CKV en het netwerk van cultuurcoördinatoren binnen het basisonderwijs. ‘En uiteraard kan iedere school en ieder schoolbestuur er volop mee aan de gang. Daar zullen we ze als KCR graag bij van dienst zijn.’

Barend van Heusden hield een presentatie over gelijke kansen met cultuur(onderwijs). De presentatie van zijn keynote kunt u hier downloaden.


Foto: Rinie Bleeker