Over de School als Speelplaats & Cultuuronderwijs als Schatbewaarder - Inge Spaander

22 mei 2017

Maart 2017 was de eerste Rotterdamse Maand van Cultuuronderwijs. Tijdens deze Maand vonden tientallen evenementen plaats, waar professionals binnen cultuuronderwijs elkaar én leerlingen ontmoetten. Er werd onderzocht, beleefd, uitgewisseld en geleerd. De hoofdvraag van de Maand was ‘hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam?’. Vier correspondenten werden met deze vraag op pad gestuurd. Vanuit hun eigen expertise en gewapend met de verrekijker van de Maand hebben zij evenementen bezocht en collega-experts geïnterviewd. Dit artikel is het eindresultaat.

 

Inge Spaander is Docent Media, Maatschappijleer en Ondernemerschap en museumdocent bij het Belasting en Douane Museum. Daarnaast is ze lid van Meetup010 en blogt ze regelmatig over onderwijs. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs ging zij op pad met het thema creativiteit. Wat is de waarde van creativiteit in onze (Rotterdamse) maatschappij? En wat is precies de relatie tussen cultuuronderwijs en creativiteit?

 

Hieronder lees je een intro. Klik hier om gelijk naar het hele artikel te gaan.

Over de School als Speelplaats & Cultuuronderwijs als Schatbewaarder

 

“Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” - Albert Einstein

 

Door: Inge Spaander

 ‘De nieuwe invulling van het vak ckv maakt het ook een soort voorbereiding op het profielwerkstuk. De leerlingen moeten meer onderzoek doen. Niet per se erg, maar het neemt wel ruimte in.’ Aldus Thom Tullenaar, docent handvaardigheid/techniek en ckv-coördinator en een van de kartrekkers van het Rotterdams CKV. We spreken elkaar op de Take-off van het Rotterdams CKV. Deze samenwerking tussen kunstdocenten en kunstinstellingen, is een plaatselijke variant op het (voor havo en vwo) verplichte vak ckv dat landelijk een andere invulling heeft gekregen. Die nieuwe, landelijke invulling lijkt illustratief voor hoe cultuuronderwijs onder druk lijkt te staan. Niet langer staat de kunstbeleving centraal, voortaan dient de onderzoeksvraag van de leerling als leidraad. Het toch al kleine vak houdt zo nog minder ruimte over voor een vrije onderdompeling in de wereld van kunst. Creatieve vakken lijken aan ruimte in te boeten ten koste van oprukkende cognitieve, meetbare vakken. En dat is gek, want sinds creatief denken tot een van de 21ste eeuwse vaardigheden is gebombardeerd, grossieren scholen in manieren om de jeugd op te leiden tot creatief denkers. Meer creatief denken en minder creativiteit, kan dat eigenlijk wel?                                

 

Ik bezocht de Take-off van het Rotterdams CKV in mijn rol als correspondent voor het KCR tijdens de Maand van Cultuuronderwijs. Het KCR gebruikte de maand niet alleen om cultuuronderwijs in het spotlicht te zetten, maar ook om te onderzoeken hoe cultuuronderwijs Rotterdam beïnvloedt. Mij werd gevraagd te onderzoeken hoe het cultuuronderwijs creativiteit beïnvloedt. Als docent media, onderwijsmaker en (onderwijs)schrijver vond ik het een interessante vraag. Maar ook een opgave: want wat is creativiteit en wat hebben we eraan?

 

Effectieve creativiteit versus verbeelding

Als kind kromp ik ineen als het woord ‘crea-middag’ viel op school. Crea-middag was knutselmiddag. Kon ik tijdens de lessen rekenen en taal nog lekker wegdromen en toch goed presteren, bij crea-middag had ik alle aandacht nodig bij de taak en faalde ik alsnog. Mijn grootste marteling was een houten trekpop die we in groep zeven zelf aan de hand van een voorbeeld moesten uitzagen en volgens een bepaald patroon moesten beschilderen. De pop kreeg een 5 en heeft jarenlang onaf bij mijn ouders in de keuken gehangen, de verf op de armpjes uitgesmeerd door mijn tranen. Ik haatte creativiteit. ‘Maar dat is toch helemaal geen creativiteit? Iets namaken? Ik wil juist dat leerlingen zelf een invulling bedenken. Dat is wel lastig: vaak klappen ze dicht. Dat wel kunnen is, denk ik, creativiteit.’ Else-Marike Visser, basisschoolleerkracht en docent bij de pabo van Thomas More Hogeschool, reageert op mijn verhaal en stipt daarna een belangrijk punt aan: ’Hoe kan ik als basisschooljuf creativiteit stimuleren, als ik zelf niet goed weet wat het is en hoe je het doet?’

Ik weet het ook niet. Vroeger huilde ik uit frustratie de verf van mijn knutselwerkjes af, nu zit ik met plezier dagen te puzzelen op een goede tekst. ‘Creatieve invalshoek heb je gekozen, heel vernieuwend,’ zegt een opdrachtgever soms. In bijna alle verklaringen van creativiteit vinden we dat woord ‘nieuw’. Ken Robinson, een Engelse (kunst)onderwijsexpert die een Tedtalk-hit scoorde met zijn ‘schools kill creativity’ verhaal, omschrijft creativiteit als het proces van het krijgen van nieuwe ideeën met waarde. Klinkt mooi: maar wie bepaalt wat waarde heeft? In de kunstwereld wordt creativiteit veel vaker gezien als de mogelijkheid tot verbeelding. Hoewel het woord nieuw hier niet in voorkomt, zou je wel kunnen stellen dat iets wat je je verbeeldt altijd iets niet bestaands is. In deze uitleg heeft alle verbeelding waarde, omdat het nieuw is. Nieuw voor jou, of nieuw voor de wereld.

Het tegenovergestelde is waar voor verschillende definities waarbij het vinden van oplossingen vaak de kern van creativiteit vormt. Creativiteit moet dan effectief zijn. En als de oplossing het eindpunt is, is een probleem dus het startpunt. In onze maakbare samenleving is deze uitleg van creativiteit als oplossend vermogen niet vreemd. We hebben ons toegelegd op het tot in de puntjes vormgeven van de wereld en de samenleving. Ons handelen moet leiden tot het dichterbij een ideaalbeeld komen. Een creativiteit die dat ideaalbeeld niet dichterbij brengt maar problematiseert of durft te bevragen is dan niet effectief.

 

Lees verder