Openheid, uitproberen en fouten maken

28 augustus 2017

Rekenen, muziek, toneel, taal, verhalen vertellen, knutselen, filosoferen, geschiedenis; het basisonderwijs is breed en gevarieerd. Waar richt je je als startende leraar op? Wat wil je dat kinderen leren? Iris Zonneveld, Norad Bos en Marvick Lentz kozen tijdens hun lerarenopleiding aan de Thomas More Hogeschool (pabo) voor de minor Cultuureducatie om hun leraarschap extra verdieping en kleur te geven. Waarom hebben zij voor deze minor gekozen? Wat vinden ze belangrijk aan cultuuronderwijs? En wat willen ze in de klas gaan doen?

Door: Vera Haket

‘Er is vaak weinig aandacht voor cultuuronderwijs, terwijl het juist heel belangrijk is’, vindt Marvick. ‘Cultuuronderwijs hangt samen met persoonlijke ontwikkeling; het gaat over jezelf en over hoe je naar de wereld kijkt. Er zijn heel veel manieren om ergens te komen, en daar moet je een weg in vinden.’ Iris is het daarmee eens. ‘Door cultuureducatie kan de rechtlijnigheid in denken verminderen. Leerlingen kunnen zo meer open staan voor verschillende perspectieven en mogelijkheden.’ En alles kan verbonden worden met cultuuronderwijs, vult Norad aan. ‘Voetbal, moderne media, ICT, alles heeft een relatie met cultuur.’

Horizon verbreden
Marvick en Norad wisten direct dat ze de minor Cultuureducatie wilden doen. Ze vonden cultuur belangrijk en interessant, en waardeerden de ruimte die de minor bood. Iris twijfelde in eerste instantie. Ze wist niet veel van kunst en cultuur en was er niet veel mee in aanraking gekomen. Dat was uiteindelijk een van de redenen om juist voor deze minor te kiezen; ze wilde er graag meer over te weten komen. ‘Uit nieuwsgierigheid, om iets nieuws te leren, maar ook om het te kunnen toepassen in de les. Ik voelde me onkundig: wat kon ik in de klas vertellen over een onderwerp waar ik eigenlijk niets van wist?’

De minor is hen goed bevallen. Bij de opening ging de groep minorstudenten naar Oerol om allerlei soorten kunst te zien. ‘Dat was een goede manier om de horizon te verbreden, om te leren ervoor open te staan’, vertelt Norad. ‘Er was zoveel onbekende kunst, en er is nog zoveel meer. Je moest je eraan overgeven, ook al snapte je soms niet waar je naar keek of waarom je ernaar keek.’ Sommige voorstellingen zijn de studenten bijgebleven. ‘Je werd aan het denken gezet, bijvoorbeeld over de betekenis van tijd. Op het moment dat je iets niet helemaal begrijpt, of wanneer het anders is dan je verwacht, ga je interpreteren en verhalen maken van wat je ziet’, aldus Marvick. ‘Je moet er zelf betekenis aan geven.’
V.l.n.r.: Iris, Norad en Marvick. Foto: Vera Haket.

Van niets iets moois maken
Wat de studenten zelf hebben ervaren tijdens de minor, beïnvloedt wat ze over willen brengen aan leerlingen. ‘Kinderen zijn vaak al op jonge leeftijd geprogrammeerd om op een bepaalde manier te denken en kijken’, zegt Iris. ‘Als je een cirkel tekent en vraagt wat het is, hebben veel leerlingen wat aanmoediging nodig voordat ze hun creativiteit gebruiken. Maar als ze dat eenmaal doen, komen er vaak verrassende ideeën naar voren. De leerkracht kan daarbij het verschil maken, door leerlingen te motiveren zich te uiten en dingen uit te proberen.’
Ook Norad vindt het belangrijk dat leerlingen verder kijken en uitproberen. ‘Ik vind het leuk leerlingen te laten ontdekken wat je met weinig middelen kunt creëren. Voor het maken van muziek heb je bijvoorbeeld geen muziekinstrumenten nodig. Je kunt van niets iets moois maken.’ Bij het project op zijn stageschool liet hij leerlingen hiermee experimenteren. ‘Ze gebruikten lichaamsgeluiden en geluiden uit de omgeving om muziek te maken.’
Marvick vindt dat het tegenwoordig vaak lijkt alsof alles goed moet zijn. ‘Op Facebook laten mensen alleen mooie dingen zien, en ouders leggen de lat hoog. Fouten maken wordt vaak niet meer geaccepteerd. Maar er zijn meerdere manieren om ergens te komen, en vaak is er niet één juist antwoord. Fouten maken mag, en is juist goed.’ Hij streeft ernaar leerlingen verder te laten denken.

Cultuur in elke les
Het ideaal van de drie studenten is dat vakken niet los van elkaar staan, maar dat cultuur verweven is met bijvoorbeeld taalles en rekenles. ‘Ik zou alle vakken willen vullen op een ‘out of the box’ manier’, zegt Iris. ‘Bijvoorbeeld rekenles gecombineerd met muziek of tekenen.’ Marvick denkt dat er soms te groot gedacht wordt over cultuureducatie. ‘Maar alles is cultuur. Cultuur is onderdeel van het dagelijks leven, en dat zou ook in de lessen zo moeten zijn.’ Bij taal kan je in plaats van voorlezen bijvoorbeeld teruggrijpen op de traditie van vertellen, zonder boek, waarbij je veel meer gebruik moet maken van intonatie en non-verbaal gedrag.

Daarnaast denken Iris, Marvick en Norad dat het interessant is om regelmatig mensen van buiten de school uit te nodigen. Leerlingen vinden dat leuk en informatie blijft zo vaak beter hangen. Norad vindt het een goed idee om ook regelmatig specialistische docenten voor cultuurvakken uit te nodigen. ‘Het uitgangspunt is nu dat pabostudenten alles moeten kunnen, maar dat is niet realistisch. Cultuurminorstudenten besteden waarschijnlijk wel aandacht aan cultuurvakken, maar er zijn ook veel studenten die er minder mee hebben. Het is soms krachtiger om specialisten voor muziek, filosofie en beeldende kunst in te zetten.’

Iris en Norad starten in augustus met een nieuwe baan op een basisschool. Norad begint in augustus daarnaast met een deeltijd post-hbo registeropleiding Vakspecialist muziek bij de Thomas More Hogeschool. Marvick is zijn studie aan het afronden en heeft een baan buiten het onderwijs.