Onderwijs in 2032

22 februari 2016

Het Platform Onderwijs2032 is in het leven geroepen door staatssecretaris Sander Dekker, met het doel om na te denken over het onderwijs van de toekomst. Op 23 januari 2016 bracht het platform een eindadvies uit. Renée van Eijk, lerares op de Rotterdamse basisschool De Pijler, voorzitter van Leraren met lef en spreker in en over het onderwijs, maakte deel uit van het platform.

Door: Vera Haket

 

‘Ja, ik doe het!’ Renée van Eijk twijfelde geen moment toen ze gevraagd werd voor het platform 2032. ‘Ik vond het een eer en een buitenkans om mee te denken over het onderwijs in de toekomst.’ Ze heeft er geen spijt van gekregen. ‘In het platform zaten mensen uit verschillende geledingen: onderwijs, wetenschap, bedrijfsleven. De gesprekken waren daardoor heel anders dan ik gewend was. We gingen er echt “boven hangen”. Wat is bijvoorbeeld het effect van een verandering in het basisonderwijs op de aansluiting met het vervolgonderwijs? Heel interessant!’

 

‘In het advies pleiten we voor een grotere vrijheid voor scholen bij het invullen van het onderwijsprogramma. Dat vind ik een van de sterke punten erin’, vertelt Renée van Eijk. ‘Eerder gaf ik les op een andere school, niet ver bij mijn huidige school vandaan, en zelfs op zo’n korte afstand merk je een groot verschil in de behoeftes van leerlingen. Daarom vind ik het mooi dat we zeggen: een bepaald deel moeten alle kinderen meekrijgen, maar er is ook een deel waarin scholen een grotere stem zouden kunnen hebben.’ Leraren zien zelf vaak waar leerlingen behoefte aan hebben en het zou goed zijn als ze daar meer op in kunnen spelen. Hebben leerlingen bijvoorbeeld baat bij extra taallessen, of hebben ze vooral behoefte aan meer creatieve vakken of programmeren? ‘Dit is tegelijkertijd het moeilijkste deel van het advies. Er moet serieus over nagedacht worden en tijd voor worden vrijgemaakt, anders loop je het risico dat mensen het niet doordacht genoeg aanpakken. En dat zou zonde zijn.’

 

Door: Shannon Cherryl

 

Niet alleen de school, maar ook de individuele leraar zou meer ruimte moeten krijgen, vindt Renée van Eijk. ‘Of moeten nemen. Leraren moeten die ruimte ook pakken.’ Ze geeft een voorbeeld van de manier waarop ze dat zelf doet. ‘De klas die ik nu heb, heeft op een aantal gebieden minder behoefte aan klassikaal onderwijs dan is voorgeschreven. Omdat ik merkte dat deze klas veel interesse heeft in beeldende vorming, ben ik daar in de vrijkomende tijd meer aandacht aan gaan besteden.’ Ze geeft nu elke week een les kunstgeschiedenis, en laat de les beeldende vorming daarbij aansluiten. De kinderen moesten er even aan wennen. Op een schilderij van Magritte, dat ze de eerste keer liet zien, reageerden veel kinderen ongemakkelijk. ‘Ze vonden het raar. De tweede keer was het Mondriaan, die heel realistisch begon en later steeds abstracter ging werken. Toen was het ongemak over.’ Maar bij een volgende opdracht die ze leerlingen gaf, kwamen er protesten. ‘Bij het behandelen van de stillevens van Maria van Oosterwijck had ik overal boeketten neergezet. Die moesten de leerlingen natekenen. “Wat? Dat kan ik niet, hoor, juf!”, “dat is veel te moeilijk!” Maar ze deden het allemaal toch. En de schilderijen zijn zo mooi geworden!’ Renée van Eijk vertelt enthousiast over het proces dat leerlingen doormaakten. ‘Dat was zo mooi om te zien, ook voor de persoonsvorming. “Ik kan het wél!”. Ze liepen door de klas alsof het een museum was met allemaal mooie schilderijen.’

 

Persoonsvorming is een van de elementen waaraan het onderwijs volgens het advies zou moeten bijdragen. Renée van Eijk besteedt hier altijd al veel aandacht aan in haar klas. ‘Voor mij is persoonsvorming de kern van het vak. Hoe zorg je dat kinderen ontdekken wie ze zelf zijn binnen de samenleving? Het gaat dan bijvoorbeeld om uitproberen, keuzes maken en trots zijn op jezelf.’ Cultuureducatie kan daaraan bijdragen. In de lessen kunstgeschiedenis en beeldende vorming praten leerlingen over kunst, leren ze over de tijd en omstandigheden waarin het is gemaakt en maken ze hun eigen kunstwerken. ‘Naarmate ze dit vaker doen en ze merken dat ze het kunnen, groeit hun zelfvertrouwen en durven ze steeds meer. Binnenkort gaan we een schilderij van Vermeer naspelen en die scene fotograferen. Eerder zouden leerlingen dit raar hebben gevonden en zouden ze er weerstand tegen hebben gehad, maar door hun eerdere ervaringen is dat verdwenen. Ze zijn al aan het zoeken naar kleding en attributen!’

 

‘Dat is onderwijs. Leren dat je alles kan, als je maar wilt en probeert. Leren over de wereld. Leren een mening te hebben en je gevoel te verwoorden.’

 

Renée van Eijk stimuleert haar leerlingen om open te zijn en om elkaars kwaliteiten te waarderen. Zelf is ze ook open naar haar leerlingen toe. ‘Ik denk dat niet alleen het onderwijsprogramma, maar ook de attitude van leraren moet veranderen. Ik weet niet per se meer dan de kinderen. Soms zeggen kinderen: ‘Juf, volgens mij klopt dat niet, want ik heb gelezen …’. Geweldig!’

 

Deze blog is geschreven in het kader van Cultuureducatie Met Kwaliteit