“Meester, ik heb nog nooit een diefstal van zo dichtbij meegemaakt!”

01 december 2016

Met grote ogen wenken de leerlingen van klas 5 van basisschool Paus Joannes om de beurt elkaar een schemerige kamer in. Ze lopen door het Natuurhistorisch Museum na een museumles van juf Eva. In de kamer is een gang gemaakt met schotten waar informatie op staat over de vondsten die er tentoon gespreid staan. De gang is half verlicht met spotjes, gericht op fossielen uit Nederlandse bodem. De schemerige gang en tentoonstelling maken een spannende indruk op de kinderen. Wat zou er aan het einde van de gang met botten en fossielen te vinden zijn?

Door Charlotte Broekhuizen

Met potloden en een vel papier met opdrachten lopen de kinderen nieuwsgierig door het museum. Ze moeten verschillende onderdelen van een dier naar keus tekenen. Later gebruiken ze dit als inspiratie voor een fantasiedier. Her en der liggen kinderen op hun knieën op de grond te tekenen. “Ik kan heel goed tekenen” zegt iemand enthousiast. “Is dat een echte kikker? Iel, kijk die dikke billen!”. Verwonderd en een beetje gruwelend lopen de kinderen door het museum en tekenen verschillende poten, ogen, snuiten en andere lichaamsdelen. “Ik noem die van mij kakkerlakslak” zegt een meisje over het fantasiedier dat ze later deze week in de klas gaan maken. 

“Kom! Kom! Niet bang zijn” zegt een van de jongens en wenkt zijn vrienden naar de tentoonstelling: ‘opgeraapt, opgevist, uitgehakt’ bovenin het Natuurhistorisch museum. Zijn klasgenootjes twijfelen bij het zien van de donkere ruimte maar volgen hem toch naar binnen. Ze lopen door de schemerige gang met fossielen. In een bocht halverwege de gang staat een mammoetschedel met slagtanden. Aan het einde van de gang komen ze terecht in een achthoekige torenkamer met een enorm skelet van een olifant. Langzaam lopen ze er een rondje omheen terwijl ze omhoog staren. Eén van de meiden aait met verwondering voorzichtig over de olifantenkies die tussen de poten van het skelet ligt.

“Zijn de dieren hier echt of nep?” De kinderen zijn het er over eens dat alle dieren die juf Eva tot nu toe heeft laten zien, echt zijn. Dat waren onder andere: een egel, een slangenhuid, de kaak van een haai en de kies. Dan haalt ze een nieuw voorwerp tevoorschijn. De kinderen gillen. Dit angstaanjagende dier heeft te maken met de opdracht die ze meekrijgen. Het heeft de vleugels van een roofvogel, poten van een kip en de schedel van een vos. De vleugels staan gespreid en de poten wijd alsof hij klaar is om een prooi te vangen. “Dit gaan jullie straks ook maken, maar wees niet bang, jullie gebruiken geen echte onderdelen van dieren.”

Naast alle spannende dieren en fossielen is een aantal kinderen iets anders opgevallen. “Waarom heeft de neushoorn een groene hoorn?” Juf Eva vertelt dat er boeven zijn geweest die de hoorn hebben gestolen. “Hij is groen gemaakt omdat dit niet de echte hoorn is.” Dit roept een heleboel nieuwe vragen op. “Waarom hebben ze de hoorn gestolen? Hoe kwamen ze binnen? Hoe konden ze bij de hoorn die zo hoog hing? Heeft de politie de boeven kunnen vangen?” Een jongen komt met een plan om een val te zetten voor de boeven. “Waarom hangen ze geen nieuwe hoorn op en dan kan de politie zich in de buurt verstoppen om de dieven te vangen!” Zelfs de meester doet een duit in het zakje en fantaseert hoe een politieagent zich kan verstoppen in een opgezette beer en door de ogen kan meekijken. Met een luide grom doet hij voor hoe de agent de boeven kan laten schrikken.

Tijdens het jassen pakken zegt één van de jongens: “Meester, ik heb nog nooit een diefstal van zo dichtbij meegemaakt!”


Het project ’Dieren verzamelen', waar de klas van dit CULverhaal aan heeft deelgenomen, was onderdeel van het Cultuurtraject Rotterdam van KCR. Klik hier voor alle projecten dit schooljaar.