Match made in heaven? De 21e eeuwse vaardigheden en cultuureducatie

26 juni 2017

‘Kunst die sociale cohesie bevordert, maakt zichzelf overbodig’, aldus de Britse kunstcritica Tiffany Jenkins in een interview met Trouw. (8 april 2017) Regelmatig maakt zij mee dat er op conferenties vol lof wordt gesproken over de positieve effecten die kunst heeft op bijvoorbeeld creativiteit, diversiteit of participatie. Zij vraagt zich af of dat wel is waar kunst om draait. Ook bij het veelgebruikte en aangehaalde model van de 21e eeuwse vaardigheden worden kunst en cultuur vaak ingezet om iets anders te leren. Het zou namelijk bijdragen aan een of meerdere vaardigheden uit het model. Maar is dat terecht? Want laat je daarmee cultuuronderwijs wel volledig tot zijn recht komen? Dat is meteen het probleem dat de leden van Kenniskring 21 onderzoeken. De hoofdvraag die zij hierbij formuleerden luidt: is het model van de 21e eeuwse vaardigheden wel de geëigende manier om bij te dragen aan hybride cultuureducatie?


Door Sanne Helbers

Gewapend met slechts de uitnodiging van het KCR om mee te denken over de 21e eeuwse vaardigheden en de eigen visie op het onderwerp, kwamen de leden vanuit het onderwijs en de culturele sector in en buiten Rotterdam in augustus 2016 bijeen. De een was bezig zijn volledige educatieprogramma op basis van het model voor 21e eeuwse vaardigheden in te richten, de ander had er een regelrechte aversie tegen. Maar dat er ‘iets’ mee is, was een overeenkomst tussen alle genodigden. De hoofden gingen open en de onderbuik werd gepeild. Het gevolg was een vooronderstelling dat het debat rondom de 21e eeuwse vaardigheden kunst- en cultuuronderwijs in een richting duwt waarin l árt pour l’art een resonantie uit een grijs verleden is. Daarover bestond bij allen een unheimisch gevoel. De twijfel over het vangen van 21e eeuwse vaardigheden in een model en vervolgens de druk op kunst en cultuur om daaraan te voldoen om erkend te worden, belandde op tafel en resulteerde in de hoofdvraag. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, werden inspirerende sprekers uit verschillende hoeken uitgenodigd. Zij lieten hun licht schijnen op de 21e eeuwse vaardigheden, op leren in de 21e eeuw en op kunst- en cultuuronderwijs om zodoende een bijdrage te leveren aan de duiding van het onbehagen van de Kenniskring: waarom knelt de 21e eeuwse schoen om de voet van de kunsten?

Het model van de 21e eeuwse vaardigheden dat door Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) is opgesteld, is het uitgangspunt van de onderzoeksvraag van Kenniskring 21. Het model is breed gebruikt door het onderwijs en de cultuursector. Een beetje hedendaagse school of instelling kan aanwijzen waar in het curriculum gewerkt wordt aan de vaardigheden van deze eeuw. Maar daarmee samen gaat ook het onbehagen, want de noodzaak van cultuureducatie wordt steeds meer gelegitimeerd aan de hand van het model. Als er gewerkt wordt aan competenties hieruit, dan is het goed.
De kracht van het model, aldus Henk Lamers, schuilt hem in het integrale ervan en niet in de afzonderlijke elementen. Het model moet meer gezien worden als totaalbeeld van leren in deze eeuw. Lamers stond aan de wieg ervan en kwam het model toelichten tijdens een bijeenkomst van de kenniskring op 22 november 2016. Inmiddels is het model toe aan herziening: burgerschap is er bijvoorbeeld niet in opgenomen en over ict-geletterdheid bestaat ruis, want wanneer kun je zeggen dat je dat bent? Dat is ook meteen een probleem, want wanneer kun je sowieso zeggen dat je een vaardigheid zoals die uit het model ‘beheerst’? Het gevaar van een model waarin in termen van vaardigheden gedacht wordt, schuilt in het gebruiken van het model als stramien, waar vervolgens een afvinklijst uit voortvloeit. Zo is het model nooit bedoeld, aldus Lamers, maar het is deels wel zo opgevat en geeft voeding aan het onbehagen van het vangen van ‘leren in de 21e eeuw’ in een model.


Het model voor 21e eeuwse vaardigheden van SLO. Klik erop om meer informatie te krijgen.

De hybride samenleving
De samenleving in de 21e eeuw is sterk geglobaliseerd en gedigitaliseerd. (Helbers, 2016) Dat werkt zowel online als offline door in de fysieke samenleving. Grenzen zijn diffuus, ijkpunten fluïde. De samenleving is hybride geworden in dit tijdperk. In de hybride samenleving zijn het modernisme (objectivisme) en postmodernisme (subjectivisme) samengegaan. (Van de Kamp, 2010) De hybride samenleving laat zich niet vangen in hokjes of kenmerken door een bepaald idee: cultuur kan oosters en westers zijn, religieus en spiritueel, op het noordelijk en zuidelijk halfrond, hoog en laag, enzovoorts. Door globalisering en digitalisering komen verschillende concepten elkaar tegen. De hybriditeit zit hem juist in het opzoeken van de grenzen van een medium of een concept, het overschrijden daarvan en het laten samengaan van verschillende concepten om tot iets nieuws te komen. Dat vraagt wat van de arbeidsmarkt, van burgers, van je identiteit en de samenleving. Het is een samenleving die beweegt en beweging veroorzaakt. Die mensen steeds weer op nieuwe manieren op elkaar laat afstemmen in steeds meer netwerken. Als individu ben je constant in dialoog met de samenleving. Dat levert ook weerstand op, want zodra je in aanraking komt met de wereld, kom je in aanraking met andere denkbeelden. De wereld ís weerstand. (Biesta, 2017) Dat vraagt om een flexibele en fluïde houding. Kunst heeft het al in zich om op zoek te gaan naar grenzen, die te overschrijden en iets nieuws voort te brengen en kan door die eigenschappen vragen opwerpen of kritische noten aanbrengen in de 21e eeuwse maatschappij. Juist door die eigenschappen van kunst en cultuur ervaar je ook weerstand als je ermee in aanraking komt, met als belangrijk resultaat dat je daarmee leert omgaan. Zo blijf je in dialoog met de wereld. De kracht van kunst en cultuur in de huidige, hybride samenleving zit hem dus juist in te doen waarin het goed is. Anders leren kijken, buiten kaders denken, andere meningen horen en kunnen aanzetten tot omdenken. Tot vragen stellen en open blijven staan. En ook in de eigenschappen van kunst en cultuur om te kunnen empoweren en engageren, zowel individuen als groepen. Iets dat in een door minderheden versplinterde maatschappij als smeerolie kan fungeren.

De hybride samenleving en de rol van kunst hierin, werken ook door op kunst- en cultuureducatie. Een kenmerk voor hybride cultuureducatie is dat het, in tegenstelling tot moderne of postmoderne cultuureducatie, niet denkt vanuit een techniek of medium, maar vanuit een concept, ervaring of betekenis. Daaruit vloeit het geëigende medium voort. Je start dus niet vanuit een discipline, maar de keus voor een medium vloeit voort uit concepten, emoties, ervaringen en betekenissen. (Jager, 2015) Vanuit de verwondering ga je te werk en uit je je bijvoorbeeld in dans, beeldend of in taal als dat de beste vorm lijkt. Vervolgens moet er ruimte zijn om te experimenteren met het medium. Er is in hybride cultuureducatie, meer dan voorheen, aandacht voor samenwerkend leren, voor inzichten in leerprocessen, voor de context van kunst en voor actuele en complexe conceptuele aspecten van kunst. (Van de Kamp, 2010)
Een voorbeeld. De onderzoeksvraag is: hoe voelt het om een vogel te zijn. In de moderne en postmoderne kunsteducatie zou je beginnen bij een discipline. ‘Verbeeld hoe het is om een vogel te zijn met dans’, bijvoorbeeld. In hybride kunsteducatie begint het bij de vraag: ‘Hoe zou het zijn om een vogel te zijn?’ Vervolgens kijk je hoe je dat het beste kunt onderzoeken.

De intrinsieke waarde van kunst
Onderwijspedagoog Gert Biesta ziet, net als Tiffany Jenkins, gevaar in het zoeken van opbrengsten van kunst en cultuur voor andere domeinen en het aan de hand daarvan te legitimeren. Tijdens de conferentie Afkijken mag! op 28 maart 2017, schetste hij het verdwijnen van kunst uit kunsteducatie als één van de problemen. De tendens die hieraan ten grondslag ligt, is volgens Biesta de gedachte dat we kunst nodig hebben om iets anders beter te doen. Maar wat als er iets is dat het doel nog beter kan bereiken? Kunst wordt zo in feite als onbelangrijk bestempeld. De manier waarop de 21e eeuwse vaardigheden kunst en cultuur willen inzetten beantwoordt aan deze gedachte, aldus Biesta. 21e Eeuwse vaardigheden zijn volgens hem vooral aanpassingsvaardigheden die je helpen je aan te passen aan onbekende situaties. De vraag die je hierbij altijd moet stellen maar die volgens Biesta buiten schot blijft, is of je hierin wel mee móet gaan. Want wat draagt het bij aan hybride cultuureducatie? Het onderwijs heeft volgens Biesta drie taken: 1) socialisatie: identiteitsvorming, wie ben ik in deze wereld; 2) subjectificatie: wat ga ik in deze wereld doen en hoe ga ik daarmee om en 3) kwalificatie: het verwerven van kennis en vaardigheden. Kunst voldoet intrinsiek aan veel van de wezenlijke taken van het onderwijs. Met kunst verken je je verlangens, ontmoet je je grenzen en die van anderen en vorm je je wil. Het is een vorm van de dialoog aangaan met de wereld om je heen. Het biedt unieke mogelijkheden voor onderwijs dat, aldus Biesta, niet smal wil scholen maar breed wil vormen tot volwassen subjecten die op een verantwoorde manier in de wereld zijn. Onderwijs zonder kunst is een examenfabriek, aldus Biesta, die vooral socialiseert in de regels van voorgaande generaties, maar niet leert om zelf na te denken of er vragen aan te stellen. Of leert om iets nieuws aan de samenleving toe te voegen. Kunst heeft dus een wezenlijke bijdrage aan de vorming van mensen en dus aan het onderwijs. Wanneer kunst wordt ingezet als middel om andere dingen aan te leren, vormt zich echter een probleem. Kunst verdwijnt dan uit kunsteducatie. Het problematische hieraan is, dat door te denken vanuit vaardigheden, het starten vanuit de verwondering of de ervaring en het onderzoeksveld en de experimenteerruimte die kunst moet bieden om hybride te kunnen zijn en blijven, worden uitgevlakt. Dat gaat voorbij aan het concept van hybride cultuureducatie.

Klik hier om het hele artikel in pdf te lezen.