Makersonderwijs: Iets maken omdat het kan is niet genoeg

30 oktober 2018

Makersonderwijs, makerspace, maakplaats. Plekken waar 3d-printers en andere technologische apparatuur staan. Waar je kennis kan maken met technische innovatie. Zoals Bouwkeet in Bospolder-Tussendijken, HET LAB van Tom van Doveren, of de RDM Makerspace. In de afgelopen paar jaar zie je in de stad een beweging ontstaan waarbij kinderen en volwassenen weer iets kunnen maken. Nieuwe Maakfestivals, culturele instellingen die werkplekken inrichten, scholen die het opnemen in het curriculum. Op steeds meer plekken in Rotterdam ontstaan maakplekken en vormen van makersonderwijs. Het lijkt erop dat het makersonderwijs een vaste plek heeft veroverd in Rotterdam. Maar heeft het, behalve fysieke locaties en de tijd mee, ook voet aan grond gekregen in de pedagogiek? Is het méér dan alleen leren werken met nieuwe technologie? Hoe ver zijn we in Rotterdam met het makersonderwijs?

 

Door Sander Zweerts de Jong 

 

In de bibliotheek in het centrum van Rotterdam is sinds deze zomer een maakplaats: Maakplaats010. Vanuit de transitie die bibliotheken ondergaan, waarbij de focus niet alleen meer ligt op boeken, maar  ook op brede educatie, is het idee ontstaan om een maakplaats te realiseren in de bibliotheek.

 

“Wij willen de eerste plek zijn waar burgers van Rotterdam in aanraking komen of bekend raken met een maakplaats. Dat ze voor het eerst iets ontwerpen in de computer en dan via een van de machines die hier staan, zien hoe dat er fysiek uit gaat zien. We maken de Rotterdammer bekend met digitale technieken en laten direct zien wat je ermee kunt. Dat is ons plan”, aldus Ilker Kocas en Charisma Ruimschoot, die respectievelijk de coördinatie en de programmering van de maakplaats gaan doen.


Impressiefoto Maakplaats010

 

Maar hoe zit het met het onderwijs, waar de interesse voor maken ook is gewekt. Is het makersonderwijs daar ingebed in een bredere onderwijskundige methode? Reden voor het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam om na het succes van vorig jaar ook dit seizoen tweejaarlijkse nascholingen over makersonderwijs te organiseren voor docenten, leraren en educatiemedewerkers van (culturele) instellingen, onder de noemer Make!. Op zoek naar de verdieping en naar wat maakonderwijs méér is of kan zijn dan technologie.  De eerstvolgende vindt plaats op 16 en 17 november van dit jaar, waarbij de focus vooral op de pedagogiek van het makersonderwijs zal liggen.

 

En daar is veel behoefte aan, zegt Peter Troxler, lector Kenniscentrum Creating010 van de Hogeschool Rotterdam. Want makersonderwijs vergt nu eenmaal een andere aanpak en mentaliteit van docenten. Bij het ‘leren door te maken’ stappen we namelijk af van het idee van de alwetende leraar, die alleen kennis overdraagt: “Eigenlijk is het makersonderwijs een tegenbeweging op het lesgeven zoals we dat kennen. We zijn bij het onderwijs steeds verder verwijderd geraakt van het fysieke, met onze kennisoverdracht via boeken. Met de opkomst van het makersonderwijs zeggen we eigenlijk: zonder het fysieke kunnen we niet! Dat gaat om het besef dat alle dingen gemaakt zijn en dat er bij dat maakproces honderden keuzes gemaakt worden. Dat is belangrijk. Dat je je realiseert dat het eindproduct dat je in je handen hebt, het resultaat is van vele keuzes. En daarmee ontstaat een situatie in het klaslokaal waarbij de waarom-vraag voorop staat. Waarom is dit het eindproduct? Welke keuzes zijn gemaakt? Kan het anders? Dat is de start van experimenteren, van een gezamenlijke zoektocht, waarbij de docent het vaak ook niet weet”.

 

Voor Peter Troxler zit daar ook een belangrijke overlap met het kunstonderwijs: Een docent op de kunstacademie kan je wel kleuren leren mengen, maar de vraag: “waarom maak je wat je maakt” is een gezamenlijk onderzoek van leerling en docent. Dat vergt een kritische houding ten opzichte van het materiaal. Dat is voor zowel de leerling als de docent vaak een nieuwe en onbekende situatie”.

 

In de maakplaats in de bibliotheek staan inmiddels een aantal 3d-printers, een lasersnijder, een vinylsnijder en een hittepers. Op dit moment zijn ze aan het proefdraaien en workshops aan het ontwikkelen, maar het idee is dat het laagdrempelig wordt, net als de bibliotheek zelf. Dat je kunt binnenlopen en onder begeleiding iets nieuws kunt ontwerpen. En het leukste is om dat met vrienden te doen, om ideeën uit te wisselen. Met elkaar je creatieve vermogens en de digitale geletterdheid ontwikkelen, dat past precies in de visie van bibliotheek Rotterdam, aldus Ilker Kocas.

 

Van de laagdrempelige benadering van de bibliotheek Rotterdam, die een eerste aanraking met digitaal ontwerpen wil zijn, of bijvoorbeeld de meer technische insteek, ingericht als instructie-onderwijs, tot het meer intensieve bevragen van de materie, zoals Peter Troxler belangrijk vindt. Het lijkt een nogal brede bandbreedte te zijn van het “vak” makersonderwijs. Er zijn veel verschillende initiatieven en er is veel enthousiasme, maar er is ook nog een hele wereld te winnen. “Er zijn inderdaad nogal wat verschillende benaderingen binnen het makersonderwijs” aldus Mirjam van Tilburg, die vanuit het KCR de tweedaagse nascholingen Make! organiseert. “Daarom zal Make! In november ook gaan over de pedagogiek ervan. Als we ons vooral richten op het ontwerpen, dan raakt dat het domein van het cultuuronderwijs. Door te maken, door te ontdekken, leer je anders kijken naar de dingen om je heen. Dan ga je dat ook bevragen. Dat is het begin van fantasie. Daar ligt volgens ons de kracht van makersonderwijs. Door te maken ontdek je nieuwe mogelijkheden. De Make! die we organiseren is een combinatie van kennisuitwisseling, maar ook het in de praktijk ervaren hoe het is om dingen te maken. Daarmee willen we de docent laten ervaren wat een enorme mogelijkheden makersonderwijs heeft en een impuls geven aan de onderliggende didactiek van het makersonderwijs.

 

Peter Troxler hoopt dat het makersonderwijs in de toekomst als woord niet meer bestaat: “Het mooiste zou zijn als het in de toekomst een plek heeft gevonden in alle vakken. Dat het niet meer apart bestaat, maar dat je ook bij geschiedenis iets maakt. En dat dan ook daar vanzelf de kritische houding ontstaat ten opzichte van de wereld om je heen. Makersonderwijs kan een mooi oefenveld zijn voor een andere manier van lesgeven in het algemeen. Op die manier is het makersonderwijs absoluut een meerwaarde voor het onderwijs”.

 

Make!Dreams vindt plaats op 16 & 17 november op de Wijnhaven 61, in samenwerking met de Willem de Kooning Academie.