Maken is hot, maar waar haak je (op) aan?

14 maart 2016

Nadat het bedrijfsleven en hoger onderwijs al eerder kennismaakten met makerspaces en fablabs, is nu de buurt aan de beurt. Want 3D-printers, lasersnijders, draaibanken en Arduino-aangestuurde robots komen binnen handbereik van een brede doelgroep. Dit schept nieuwe kansen voor het Rotterdamse cultuuronderwijs, zo ontdekt Delfshaven stukje bij beetje.

door Maurice Geluk

 

Kluwen elektriciteitsdraden bungelen uit het plafond. Achterin de diepe, schaars verlichte ruimte druppelt water in een betonemmer. Aan weerszijden zijn de eerste contouren zichtbaar van de toekomstige werkplaatsen voor hout, textiel, keramiek en metaal. Op de glazen voorgevel staat in oranje blokletters ‘Open lente 2016’.

 

Ja, er moet in korte tijd een hele hoop gebeuren in het voormalige postkantoor aan de Schiedamseweg, beaamt Daniel White. Desondanks ziet de directeur van BouwKeet, de eerste makerspace in de wijk Bospolder-Tussendijken, de weg naar de opening met het volste vertrouwen tegemoet. “Tijdens het slopen hebben we jongeren uit de buurt ingeschakeld, waardoor het vuurtje dat hier wat staat te gebeuren is aangewakkerd. Ook hebben we de eerste contacten gelegd met bewoners en scholen.”

Daniel White, directeur BouwKeet

 

Bouwen aan een buurtclubhuis

Hoewel scholen niet exclusief tot de doelgroep van BouwKeet behoren – iedereen uit de buurt is welkom - zijn ze wel belangrijk. Via kinderen worden ouders bereikt. Vervolgens vriendjes, ooms, nichtjes, bovenburen. Met twee basisscholen in Bospolder-Tussendijken zijn al concrete afspraken gemaakt. Klassen uit de bovenbouw gaan er solderen, zweefvliegtuigjes maken of in de textielwerkplaats aan de slag. “De basis is wederkerigheid”, legt White uit. “Maken bij ons kost niets, je betaalt door iets terug te doen. Wel moet je eigen materialen meenemen.”

 

Voor de leerkracht is een belangrijke rol weggelegd. Voorafgaand krijgen ze bij BouwKeet, een initiatief met volledige financiële dekking van het filantropische De Verre Bergen, een training om als begeleider mee te helpen. White: “Uiteindelijk moet BouwKeet hét technische clubhuis van de buurt worden. Niet een plek waar je naartoe komt om slap te ouwehoeren en thee te drinken, maar om te doen.”

 

Als je iets maakt, dan ben je daar trots op. En, de wereld van een maker wordt groter, omdat die doorgaans een extra hand nodig heeft. Het zijn twee basisprincipes van de makersbeweging, die overwaaide vanuit de Verenigde Staten. Sinds de petitie Leren door te maken, eind 2014 overhandigd aan onderwijsminister Jet Bussemaker, gaan in Nederland steeds meer handjes op elkaar. Voor het opleiden van docenten in deze tak van sport. Maar ook voor een onderwijscurriculum geënt op creativiteit, technologie en innovatie. Wat helpt, is dat het basisonderwijs in 2020 wetenschap en techniek moet aanbieden.

 

Creativiteit als uitgangspunt

In gesprekken over ‘het maken’ is dit ontdekken door doen een terugkerende mantra. Maar hoe pak je dat eigenlijk aan als school? En hoe gebruik je het als affiche? “De grondhouding, die van creativiteit, is essentieel”, stelt Mirjam van Tilburg van KCR, tevens betrokken bij de methodiekontwikkeling van BouwKeet. “Kinderen iets laten begrijpen door het met taal over te brengen, maakt het onnodig gecompliceerd. Docenten moeten zelf aan de slag gaan. Het is echt niet zo veel werk om een magneetautootje in de klas te maken.”

 

Toen Tom van Doveren een docent van Het Lyceum Rotterdam tegen het lijf liep, ging het snel. Want ook de nadien ingeseinde directeur van de havo/vwo-school voor kunst, wetenschap en ondernemen snapte zijn missie om kinderen van 9 tot 15 jaar nieuwe techniek te leren volledig. HET LAB Rotterdam nam intrek in hetzelfde schoolgebouw aan de Beukelsdijk en zit daar alweer een jaar.

 

Tom van Doveren, directeur HET LAB Rotterdam

 

Materialen moet je voelen

“Kinderen moeten grip krijgen op de omgeving waarin ze opgroeien”, zegt Van Doveren, terwijl hij een aanwezige moeder een snelle instructie geeft bij het bedienen van de lasersnijder. De letters uit plexiglas vallen te klein uit, vindt ze. “Alle kunstenaars gebruiken uiteindelijk techniek om vorm te geven. Daarvoor moeten ze materialen voelen, fouten maken en te rade gaan bij anderen. Ze moeten plezier hebben in het zelf ontdekken.”

 

Op nummer 91a zijn meerdere verdiepingen ingericht voor het ontvangen van groepen. Met vrijwilligers wordt de tent draaiende gehouden. Beneden staan 3D-printers, computers en bakken vol snoeren, schakelaars en Lego. In het aanpalende schoolgebouw, in de kelder, is de werkplaats van HET LAB. Compleet met metaaldraaibank, cirkelzaag en kolomboormachine. Hup, aan de slag zou je denken.

 

Complicerende factor zijn de lesprogramma’s van scholen, die niet zo eenvoudig zijn om te gooien. Daarom komen schoolkinderen en scholieren in praktijk vooral na schooltijd of in de weekenden ‘klooien’, zoals op de Super Sunday Science School. Deelnemers worden op een aantal zondagen gestimuleerd iets uit te vinden, waarmee ze een vriendinnetje of oma blij denken te maken. Óf Van Doveren sjeest met een stel programmeerbare robotjes in de laadruimte naar scholen in de omgeving.

 

3D-printers bij makerspace Het LAB Rotterdam

 

Twee linkerhanden

Moet dan ieder in Rotterdam opgroeiend kind met een CNC-freesmachine of een onbewerkte plank berkenmultiplex uit de voeten kunnen? Het korte antwoord is nee, natuurlijk niet. Nog altijd bestaat er zoiets als geen aanleg hebben oftewel twee linkerhanden. “Maar de onderzoekende houding moet terug”, zegt Mirjam van Tilburg. “Voorheen was die veel beter geborgd, met name in het voortgezet onderwijs.”

 

Speelt mee dat in de notie van het onderwijs een parallel universum is ontstaan over wat beeldende kunst en vormgeving is, vervolgt ze. “Wat speelt in de hedendaagse kunst en vormgeving rijmt daardoor niet met wat er op de scholen gebeurt. Het zou mooi zijn als de makersbeweging iets van dit gat kan dichten.”

 

Aan Van Doveren en White zal het niet liggen. Vanaf september krijgen 105 leerlingen van een basisschool lessen maakonderwijs en digitale media bij HET LAB. Ze leren 3D-printen en lasersnijden, dus ook werken met de bijbehorende computerprogramma’s. “Scholen vinden hun partners echt wel”, stelt Van Doveren optimistisch. Bij BouwKeet is het, eenmaal open, de bedoeling de 20 uur per week snel op te trekken naar 40 uur. “We zijn afhankelijk van vrijwilligers uit de buurt”, aldus White. “Hoe meer chefs werkplaats we kunnen opleiden, des te vaker gaan we open.”

 

Het KCR onderzoekt de kansen en valkuilen van arts & technology, makersmovement en creatief vakmanschap voor cultuureducatie. Om zo scholen te ondersteunen bij verankering en verdieping hiervan. De contactpersoon is Mirjam van Tilburg.

 

BouwKeet

Schiedamseweg 240

www.bouwkeet.org

 

HET LAB Rotterdam

Beukelsdijk 91a

www.hetlabrotterdam.nl

 

Maurice Geluk is freelancejournalist en tekstschrijver.

www.meneergeluk.nl

 

Deze blog is geschreven in het kader van Cultuureducatie Met Kwaliteit