Kunstonderwijs voor alle jonge Rotterdammers

25 mei 2017

Maart 2017 was de eerste Rotterdamse Maand van Cultuuronderwijs. Tijdens deze Maand vonden tientallen evenementen plaats, waar professionals binnen cultuuronderwijs elkaar én leerlingen ontmoetten. Er werd onderzocht, beleefd, uitgewisseld en geleerd. De hoofdvraag van de Maand was ‘hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam?’. Vier correspondenten werden met deze vraag op pad gestuurd. Vanuit hun eigen expertise en gewapend met de verrekijker van de Maand hebben zij evenementen bezocht en collega-experts geïnterviewd. Dit artikel is het eindresultaat.

 

Melissa van Amerongen is redacteur, schrijver en onderzoeker. Als sectieredacteur Wetenschap en Onderwijs bij Vers Beton hield ze zich de afgelopen jaren veel bezig met het Rotterdamse onderwijs. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs ging ze als correspondent op pad met het thema brede talentontwikkeling. Welke vaardigheden moeten leerlingen kunnen ontwikkelen? En welke rol is hierin weggelegd voor cultuuronderwijs?

 

Let op: hier lees je een intro. Klik hier om direct naar het hele artikel te gaan. 

 

Kunstonderwijs voor alle jonge Rotterdammers

 

Door: Melissa van Amerongen

 

 

Rotterdam investeert veel geld in cultuuronderwijs, vanuit het idee dat dit goed is voor alle jonge Rotterdammers. Maar tussen aanbod en behoefte gaapt nog wel een flinke kloof. De afgelopen twee maanden ben ik op zoek gegaan naar goede Rotterdamse voorbeelden van scholen die met uitstekend cultuuronderwijs onverwacht talent weten aan te boren. Wat werkt?

 

Ik was laatst in de prachtige nieuwe bibliotheek van Delfshaven en moest denken aan de beroemde studie van Susan Neuman (2006) naar bibliotheken. Zij liet zien dat kinderen in middenklassewijken de bibliotheek en de computers in de bibliotheek effectiever en doelmatiger gebruiken dan kinderen in armere wijken. Kinderen uit middenklassewijken gingen meestal samen met een volwassene naar de bibliotheek. Hun bibliotheekactiviteiten waren gefocust, ze kozen meestal passende boeken en werkten langere tijd aan één taak. Kinderen uit armere wijken bezochten de bibliotheek juist vaker met andere kinderen en maar een klein percentage deed er zijn huiswerk. Dit was ook mijn ervaring in Delfshaven.

Zo zijn er veel voorbeelden te noemen waarbij kinderen met een voorsprong, een basis van cultureel kapitaal, meer uit cultureel aanbod halen dan kinderen met een achterstand. Dit heet het Mattheuseffect en het is hardnekkig: wie heeft zal gegeven worden.

            Als correspondent “Brede talentontwikkeling” voor de Maand van Cultuuronderwijs zocht ik naar Mattheuseffecten in het cultuuronderwijs. Gelukkig heb ik die niet zoveel gevonden. Wel merkte ik dat het vraagstuk ‘hoe kunnen alle jonge Rotterdammers daadwerkelijk profiteren van cultuuronderwijs’ urgent is: het is lastig om kinderen te bereiken die niet vanzelfsprekend met kunst en cultuur in aanraking komen, terwijl het juist voor hen zo belangrijk is.

 

Lees verder