Koptelefoon op, audiotour aan

22 mei 2017

Docenten die in hun vrije tijd cultureel actief zijn, willen deze bagage maar wat graag overdragen. Vertellen over de ene exposerende kunstenaar, een nieuw bandje laten horen of aan de slag gaan met zoiets als typografie. Maar de vertaalslag naar het klaslokaal blijft lastig. Drie groepsleerkrachten vertellen.

door Maurice Geluk


Haar eigen kinderen zijn het onderhand helemaal zat, al die rondleidingen door musea. “Die bepalen liever hun eigen tempo”, zegt Marieke van der Veen (47), leerkracht groep 5/6 op de Jacob Maris, een openbare Montessorischool. “Maar ik wil iemand die me meeneemt in een schilderij, me laat zien wat er gebeurt.” Dat betekent koptelefoon op, audiotour aan. Op z’n minst.

Vandaar dat de icc’er enthousiast een paar collega’s meenam naar het Rijksmuseum. Op een avond speciaal voor docenten. “Om onze culturele bagage te vergroten.” Intern hamert ze op het belang ervan. De serene rust in zo’n gebouw, de eeuwenoude werken aan de metershoge muren. Van der Veen wordt erdoor aangesproken. “Het doet iets met je.”

Multiculti
Kinderen moeten daarom volgens haar al op jonge leeftijd leren kijken. “Vooral naar de mensen die de dingen anders zien dan jijzelf”, zegt ze. “Het verbreedt hun horizon.” Een extra uitdaging is om verbinding te zoeken met andere gebieden in de stad. Het multiculti centrum, Delfshaven, laat staan Zuid, zijn ver weg vanuit Hillegersberg bezien.

Het liefste zou ze ieder weekend verdwalen in het Boijmans en daar vervolgens ‘s maandags alles over vertellen. De praktijk, de vertaalslag naar het lokaal pakt anders uit. “We zijn heel erg bezig met de wijk. Met kunstenaars die hier wonen en projecten om de buren beter te leren kennen.”

Bewustwording staat dus centraal. Aangewezen plek is het kindatelier, iedere week 1,5 uur. Zo zochten ze uit wie de componisten achter de straatnaambordjes zijn en waarom alle vensterbanken er verschrikkelijk gestileerd en uniform uitzien. Of luisteren. Gewoonweg luisteren naar geluiden op straat, thuis, voor de Appie en die opnemen.

Cultuur moet gaan leven, weet ze. De kinderen in haar klas hebben het nog steeds over het Liedje voor de Laurenstoren, een wedstrijd waarmee ze de publieksprijs wonnen. Het voorbije half jaar galmde hun zelfbedachte melodie om het halve uur uit de kerkklokken helemaal bovenin. De gehele binnenstad luisterde mee. Trots dat ze waren.

Glitters
Hemelsbreed nog geen kilometer van de Jacob Maris zitten Marijke Sol (48) en Laurent Oomens (32) aan een tafel met plakkerige glitters, overgebleven na het maken van vogelnestjes. Beide werken als leerkracht op de rooms-katholieke St. Michaëlschool, volgen de opleiding tot icc’er en zijn zij-instromers.

Cultureel zijn ze zeer begaan. Hij gaat regelmatig naar optredens en muziekfestivals. Zij loopt alle exposities in de Kunsthal af, maar stapt net zo gemakkelijk het Stedelijk Museum Schiedam binnen. “En dan neem ik alle vier mijn kinderen mee”, zegt ze. “Zelfs de jongste.”

Door hun achtergrond – Oomens werkte als grafisch ontwerper, Sol lange tijd als etaleuse en in de communicatiesector– raken de twee snel geïnspireerd. “Ik hoef maar een film te zien of een boek te lezen”, stelt Oomens. Omdat een van haar kinderen op pianoles ging, is Sol zelf weer begonnen. Ze danste ruim 25 jaar lang, van tango tot hiphop.

Slimpies
De twee werken momenteel hard aan een plan om cultuureducatie stevig in de school te verankeren. Het “werkjesniveau” moet omlaag, stellen ze. “Er zitten allemaal slimpies in de klas maar hun vermogen om problemen creatief op te lossen, is onderontwikkeld”, aldus Oomens. “Het moet niet langer zijn, schilder een pompoen op deze manier”, vult zijn collega aan. “Ze moeten vaardigheden aangeleerd krijgen én creatieve oplossingen leren bedenken.”

Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zo probeerde Oomens zijn groep 6 eerder een licht/donker-tekening te laten maken met witte stiften op zwart papier. “Dat ging helemaal mis”, blikt hij terug. Zijn leerlingen verwijt hij niets. Het experiment toonde aan dat ze te weinig kennis hebben van beeldaspecten.

Tot die conclusie komt ook Sol, die voor groep 7 staat. Focus voor de hele school – 600 leerlingen – komt vanaf volgend jaar bij wijze van eerste stap te liggen op de belangrijkste beeldende aspecten: van licht tot lijn. De twee icc’ers in spe bouwen en trekken de kar. “Het is van belang dat ze ontdekken waar hun talenten liggen”, besluit Oomens. Sol: “We willen uiteindelijk blijere mensen maken.”