Kijkje in de keuken, deel VII: het loket waar alle lijnen bij elkaar komen

29 mei 2017

Het KCR biedt een kijkje in de keuken. Om inzicht te geven in wat het doet en hoe het daarbij te werk gaat. En natuurlijk: hoe klanten en stakeholders dit waarderen. In deze aflevering: Villa Zebra ziet KCR het liefst als het loket waar alle lijnen bij elkaar komen.

Instelling: Villa Zebra
Aantal bezoekers/deelnemers naar schatting per jaar: circa 45.000
Aantal cultuureducatieve activiteiten voor scholen naar schatting per jaar: 1310 (1075 lessen en 235 schoolgroepen op locatie)
Aantal locaties: 1 + 18 scholen en diverse pop-up locaties in de wijken
Bereik: stedelijk, regionaal en landelijk
Samenwerking met KCR: de programma’s ‘Stel je voor’ en ‘Ateliers in School’; het Cultuurtraject Rotterdam; diverse stedelijke overleggen, waaronder het Netwerk voor Cultuureducatie en Talentontwikkeling.

Wat deed KCR?
• Bij de programma’s ‘Stel je voor’ en ‘Ateliers in School’: mede vormgeven van de opzet van de programma’s; adviseren hoe de programma’s goed passen binnen de ontwikkeling van de school; helpen de verbinding met de school te optimaliseren, zowel organisatorisch als inhoudelijk; meedenken over nieuwe aanpak en nieuwe methodiek; begeleiden bij evaluaties, mede door een evaluatieformat aan te bieden.
• Op de hoogte houden van belangrijke ontwikkelingen binnen het onderwijs.
• Bij het Cultuurtraject: sparren met het oog op de inhoud van het programma; aanbieden van het programma aan scholen; zorgen voor communicatie en planning; monitoren van het programma; evalueren en de terugkoppeling naar de scholen verzorgen.
• Villa Zebra maakt deel uit van het stedelijke netwerk cultuureducatie en talentontwikkeling, waarvan KCR in zijn secretariaatsrol de aanjager is.

Hoe waardeert de klant dit?
Ineke Lindner, directeur van Villa Zebra: ‘De belangrijkste taak van Villa Zebra is het stimuleren van de verbeelding van kinderen. Dat doen we voornamelijk met behulp van beeldende kunst, maar ook andere disciplines kunnen hierin een rol spelen. We hebben ons eigen museum en kunstlaboratorium, speciaal gericht op kinderen. Maar we gaan ook naar scholen om projecten uit te voeren. Het vermogen om met je eigen verbeelding nieuwe beelden te maken, is belangrijk. Het helpt om buiten de geijkte kaders te kunnen denken en de wereld met een open blik tegemoet te treden.

We werken nu al geruime tijd met het KCR samen in heel leuke, succesvolle programma’s als ‘Stel je voor’, het Cultuurtraject en, meer recent, ‘Ateliers in School’. Het KCR is van groot belang om het programma vooraf zo in te richten dat het goed is afgestemd op de wensen van de school. Vervolgens gaan wij met de leerlingen en leerkrachten aan de slag. Het KCR houdt de vinger aan de pols en kijkt hoe er een heldere leerlijn uit te halen valt. Vervolgens is het KCR met zijn helikopterblik de aangewezen partij om het programma uiteindelijk goed te evalueren, zodat er de juiste lessen uit getrokken worden.

Een andere belangrijke functie van KCR is dat ze ons voeden met kennis en informatie op het gebied van onderwijs. Dat ze ons inspireren: wat zijn de meest recente ontwikkelingen op onderwijsgebied? En de juiste vragen stellen. Wat is verankering van cultuuronderwijs en wanneer gebeurt dat goed? Ik zie ze graag als vraagbaak voor onze sector. En dat doen ze ook goed. Ze zijn gemakkelijk bereikbaar en staan snel voor je klaar. Ze zijn ook actief, zoeken ons op en betrekken ons bij thema’s en vraagstukken. Wat betreft het Cultuurtraject Rotterdam vraag ik me af wat de criteria zijn om in het programma opgenomen te worden. Blijft er wel voldoende oog voor vernieuwing, die toch vaak van de kleinere partijen moet komen? Meer inzicht hierin lijkt me goed.

In de stad zie ik het KCR graag als het loket waar alle lijnen op het gebied van cultuuronderwijs bij elkaar komen. Het aanbod cultuuronderwijs is nu te versnipperd, deels doordat ook de bijbehorende subsidiestromen versnipperd zijn. Daar moet veel meer eenheid in komen. Mijn ideaal is dat je bij het KCR een aantal heldere trajecten, uiteraard met ruimte voor maatwerk, kunt inkopen. Dat geeft duidelijkheid richting de scholen en helpt deze ook gemakkelijker over de streep. Tegelijkertijd realiseer ik me dat wij, als culturele sector, ons daar dan ook aan moeten committeren. En dat is een beetje een gewetensvraag. Want het is wel degelijk zo dat wij ook rechtstreeks scholen benaderen met onze jaarlijkse folder. Scholen willen soms een eenmalig project afnemen en die mogelijkheid willen we ze graag blijven bieden. Eén loket mag scholen ook weer niet afschrikken.

Het KCR zwengelt de gedachtevorming hierover aan. Wat kunnen wij als gezamenlijk opererende culturele instellingen bereiken? Samen hiernaar zoeken is wat mij betreft goed, maar van mij mag het KCR hierin nog meer helderheid aanbrengen, bijvoorbeeld als het gaat om de doelen die we ons stellen. Daarbij mogen ze zich best wat fermer opstellen. Ze tonen leiderschap, maar moeten ook vaak tussen alle belangen door laveren. Maar, om het in perspectief te zetten, ze bestaan pas een paar jaar. Voor zo’n partij is er echt wel meer tijd nodig om goed te wortelen.’