Kijkje in de keuken, deel VI: KCR snapt onze organisatie en spreekt onze taal

05 december 2016

Het KCR biedt een kijkje in de keuken. Om inzicht te geven in wat het doet en hoe het daarbij te werk gaat. En natuurlijk: hoe klanten en stakeholders dit waarderen. In deze aflevering: docent beeldende vorming Paul van Solm van ‘Wolfert tweetalig’: ‘KCR snapt onze organisatie en spreekt onze taal.’

School: Wolfert van Borselen school tweetalig (voortgezet onderwijs)
Aantal leerlingen: ca. 1.100
Aantal docenten: ca 150
Aantal locaties: 1
Huidig cultuuronderwijs: deelname aan Cultuurtraject Rotterdam (sinds 1998)

Wat deed KCR?

  • Samenstellen van het totale keuzeaanbod Cultuurtraject Rotterdam.
  • Gesprek houden met de coördinator van de school omtrent hun wensen. Daarbij wordt met de school teruggekeken naar voorafgaande ervaringen en mede op basis hiervan worden keuzes gemaakt.
  • Adviseren over de meest passende activiteiten voor de school.
  • Jaarplanning maken voor bijna 600 leerlingen (verdeeld over 23 klassen) die ieder 2 projecten moeten doen.
  • Overleg met de betrokken culturele instellingen over de planning.
  • 4 weken voor aanvang van een project: de school mailen in verband met bevestiging dat het project doorgaat en het geven van lesinformatie.
  • Tussentijds monitoren of het gekozen programma goed bevalt en wat eventuele verbeterpunten zijn.
  • Na afloop de evaluatie uitvoeren. Per project gaat dit via een online enquête die de school invult. Het totale jaarprogramma wordt in een gesprek met de schoolcoördinator geëvalueerd.


Hoe waardeert de klant dit?
Paul van Solm, docent beeldende vorming, mentor bovenbouwgroep, en coördinator Cultuurtraject: ‘Onze school heeft niet bepaald een doorsnee populatie van leerlingen. Hier zitten zogezegd de knappe koppen. Ons lesprogramma is tweetalig, dat wil zeggen dat in de meeste lessen Engels de voertaal is. Leerlingen kunnen daarnaast ook Chinees en Spaans als vakken krijgen. Cultuuronderwijs is voor deze groep belangrijk, juist omdat ze op het cognitieve vlak al zo goed zijn. Kunst en cultuur zijn hieraan complementair, ze zetten een ander deel van de hersenen aan het werk. Dat is goed, want wij willen dat onze leerlingen zich tot zo compleet mogelijke mensen ontwikkelen.

Vijf keer per jaar organiseren wij voor alle leerlingen een activiteitenweek. Dat zijn weken met buitengewone vormen van onderwijs. Dat geeft echt iets extra’s. Ieder klas mag daarin zijn eigen programma samenstellen. Een belangrijke rol is hierin weggelegd voor het aanbod van het Cultuurtraject Rotterdam. Dat zit naar mijn mening goed in elkaar. Het is uitdagend genoeg en sluit prima aan bij de belevingswereld van onze leerlingen. In ons onderwijs moeten alle leerlingen naar het museum zijn geweest, theater gezien hebben, en iets met media en muziek gedaan hebben. Zodat je, wanneer je al je leerjaren bij ons op school hebt gezeten, dit allemaal hebt meegemaakt. Het Cultuurtraject is hierbij voor ons een grote steunpilaar.

Met de programmakeuzes die wij gemaakt hebben, stap ik dan naar het KCR om de agenda in te vullen. Dat doe ik ieder jaar weer in de maand april. We plannen dan voor het hele jaar. Ik realiseer me dat ik het KCR niet gemakkelijk maak, want voor ons moeten alle activiteiten precies binnen onze vijf activiteitenweken vallen. En eigenlijk lukt het altijd weer om onze wensen ingepast te krijgen. Soms zet KCR, heel flexibel, zelfs een bepaalde planning speciaal voor ons om. Het fijne is dat we al zoveel jaren met elkaar samenwerken. Die continuïteit werkt heel goed. Ze snappen onze organisatie en spreken onze taal.’