‘Is het kunst, of is het een kunstje?’

27 maart 2018

Het lijkt chaos in de zaal bij Circus Rotjeknor. Drie klassen van leerjaar 3 van het Zuiderpark College gaan vandaag voor het eerst aan de slag in een proeftuin van Rotterdams CKV. Deze groep komt net van een workshop bij Maas theater en dans vandaan. Vol energie en zwaaiend met hun handen gaan ze rennend op pad. Er staan een paar leerlingen aan de kant, een paar zijn al uit eigen beweging begonnen met koorddansen. De een moedigt de ander aan ‘Ja, je kan het!’ maar als er een valt, dan kunnen ze daar ook om lachen. Bij een tweede keer kijken blijkt het echter georganiseerde chaos in een gestructureerd project.

De leerlingen gaan de komende maanden het spanningsveld tussen 'kunstje en kunst' onderzoeken. Wanneer is dans en/of circus alleen knap of technisch en wanneer wordt het kunst? De leerlingen nemen de regie in eigen handen en gaan zelf een voorstelling te maken. Deze voeren ze begin juni op als afsluiter van hun CKV-project.

De coördinators van Rotjeknor beginnen met een korte evenwichtsoefening, gevolgd door push-ups. De leerlingen lachen gieren en brullen. Sommige duwen elkaar zelfs op. Docent Marco van het Zuiderpark College doet ook mee. Na de warming up worden ze in drie groepen verdeeld. Een groep wordt meegenomen naar de grote balanceerballen. Enthousiast springt een jongen er al op. ‘Kunt u dit ook, mevrouw?’ vraagt de leerling aan de docent. De eerste leerling valt van de bal. De instructeur geeft een paar tips: ‘Rechtop staan, neem kleine stapjes, blijf bewegen en stappen zetten’. Een leerling pakt het al gauw op—die is tot aan het einde nauwelijks van die bal af te krijgen.

De andere helft van de groep waagt een poging bij het koorddansen. ‘Auw, het doet nog best wel pijn aan mijn voeten. Ik ga dit nooit meer doen’, merkt een meisje op. ‘De spier van mijn voet ging er uit. Ik zweer het!’ Toch, houden ze de moed erin en blijven ze het proberen. ‘Kijk naar voren en blijf rechtop staan’ zegt de instructeur. ‘Mevrouw, het doet wel pijn als je er tussenin valt bij de mannen, toch?’ ‘Ja, dat kan wel pijn doen’, is het antwoord. De meisjes giechelen maar gaan volhardend door. ‘Gebruik je balans gewoon!’ zegt een jongen tegen een ander. Een van de meisjes biedt haar hand aan, die meteen wordt afgeslagen. Hij blijft het zelf proberen. Een ziet het allemaal even niet zitten: ‘maar ik kan het echt niet’. Haar klasgenoot helpt haar: ‘hou me vast’. ‘We gaan samen, dan kunnen we ook samen vallen.’ Uiteindelijk krijgen ze het onder de knie. ‘Ahh, maak een foto, maak een foto!’ ‘Mevrouw, we kunnen het!’ roept het tweetal naar hun docent. Voor deze keer zien de leraren het door de vingers dat de leerlingen met hun mobiel bezig zijn: ze zijn namelijk aandachtig bezig.

Er staat een groep aan de andere kant van de zaal op de mat. Eerst rennen ze een paar keer op en neer, zwaaiend met hun armen, aangemoedigd om los te laten. ‘We gaan een koprol doen, en dan rent de ander er, zo, overheen’. In tweetjes oefenen leerlingen een draaiende sprong. Twee leerlingen kijken elkaar verveeld aan ‘Zijn we al klaar?’ Andere groepen zetten zich volledig in. ‘Kijk, meneer de fotograaf. Kunt u een foto van mij maken als ik deze ninjasprong doe. Net zoals in zo’n serie?’ Bij anderen gaat het minder soepel. ‘Het is de bedoeling dat je naar de overkant gaat, niet dat je staat te dansen.’ De meisjes kijken elkaar aan: ‘spring jij dan’. Hun docent komt erbij staan en moedigt hen aan. Twee jongens springen in een rap tempo op en neer. ‘Ja! Afzetten! Door je knieën!’ Trots kijken ze elkaar aan: ‘Ik ben net Mario’. ‘Nee, dat is Luigi, die zo springt’, vult de ander aan.

Achter het gordijn aan de andere kant van de zaal is een groep druk bezig met jongleren. ‘We gaan het met z’n tweeën doen. Ik gooi de bal rond, geef hem door, jij geeft hem terug maar over mijn arm heen’, aldus de docent. ‘Ugh. Ik begrijp dit echt niet’ zegt een meisje uitgeput. Aan de kant proberen wat leerlingen de eenwielers uit. ‘Kijk maar, ik ga zo vallen’ zegt de een tegen de ander. Ze klemmen zich vast aan de muur alsof hun leven er vanaf hangt. Een jongen fiets trots van de ene kant naar de andere. ‘Ik vind het best makkelijk’. Zonder aarzelen stapt een meisje de eenwieler op, maar valt er al gauw vanaf. ‘Auw, ik ga geen kinderen meer kunnen maken’.

Aan het einde zitten de klassen in een grote kring op de mat. En nu blijft de vraag: is het kunst of is het een kunstje? De komende maanden onderzoekt leerjaar 3 van het Zuiderpark College het.

Rotterdams CKV
De proeftuinen binnen Rotterdams CKV werken als een katalysator voor de ontwikkeling van ckv in Rotterdam. Een proeftuin is een co-creatie van een school, twee culturele instellingen (van verschillende disciplines) en KCR. Meer weten? Kijk hier.