In de wereld zijn in Rotterdam - Rineke Kraaij

31 maart 2017

Hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam? Dat is de hoofdvraag waarmee de vier correspondenten van de Maand van Cultuuronderwijs op pad gingen. Iedere correspondent kreeg een eigen thema mee van waaruit hij of zij  de hoofdvraag op geheel eigen manier aanvliegt.  De vier thema’s zijn: inclusiviteit, identiteit, creativiteit en brede talentontwikkeling. Nu de Maand bijna voorbij is geven de correspondenten een overview van hun ervaringen.

Rineke Kraaij is cultuurwetenschapper, programmamaker en een van de initiatiefnemers van Buitenplaats Brienenoord. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs gaat ze als correspondent op pad met het thema identiteit. Is identiteit statisch, beïnvloedbaar en/of maakbaar? En wat is de relatie tussen identiteit en cultuuronderwijs?

Door Rineke Kraaij

Eigenlijk moeten we het niet meer over identiteit hebben. Maar dat is een lastig begin van een stuk wat moet gaan over mijn bevindingen in deze mooie Maand van Cultuuronderwijs waarbij ik als correspondent op zoek ging naar identiteitsontwikkeling bij kinderen en jongeren in het cultuuronderwijs. Ik ging de maand nog heel enthousiast in, met de vraag hoe (cultuur)onderwijs kinderen kan leren wie ze zijn en wie ze willen zijn. Maar ik heb GELEERD -hoe kan het ook anders in zo'n educatieve maand- dat het worden wie je wilt zijn niet echt een goede uitgangsgedachte is omdat het veel meer gaat om de ontwikkeling van een kind in relatie tot de ander en niet alleen maar om die ontwikkeling van die eigen ik. Gert Biesta, hoogleraar pedagogiek maar volgens eigen zeggen nog steeds vooral docent en leraar, die de keynote verzorgde bij de conferentie Afkijken Mag op 28 maart, vertelde dat de gedachte dat onderwijs gaat om groeien en bloeien van het individuele kind niet de basisopdracht is voor scholen en leraren. Als je zegt dat cultuuronderwijs gaat om het vinden van een eigen stem, het ontwikkelen van creativiteit en het ontdekken van je identiteit is dit niet genoeg. Want wat als die stem racistisch is? De creativiteit destructief en de identiteit egocentrisch?  Het gaat er veel meer om het kind te leren omgaan met volwassen vrijheid en het vinden van de goede stem, de goede creativiteit en de goede identiteit. Zo oreerde Biesta in een volle Arminius. En ik kon alleen maar geloven wat hij zei.

Een paar jaar geleden werd ik heel gelukkig van trendwatcher Lidewij Edelkoort die vertelde dat de tijd van het individualisme al lang voorbij was en dat het grootste probleem was dat de politiek en het bedrijfsleven dit nog helemaal niet door hadden. Toen dacht ik: ‘hoera het is voorbij, het gaat niet meer om mij!’ Een bevrijdende gedachte. Gedurende de hele maand merkte ik dat de verhalen die ik hoorde en ervaarde gingen over de ik in relatie tot de samenleving, tot de anderen. Gert Biesta benoemde als pedagogische opdracht om het verlangen te wekken bij kinderen in de wereld te willen zijn.

 

De lezing van Gert Biesta was het laatste wat ik deze maand ervaarde en zet daarmee mijn belevenissen in dat perspectief, wat volgens mij helemaal niet erg is.

Ik vind het wel poëtisch, 'in de wereld zijn'. Ik zag kinderen en jongeren in de wereld. En het ontroerde me. Het Melanchthon Mathenesse is een school in Spangen die bij de WIRED-expertmeeting de mooie vraag stelde hoe van de wijk een school te maken. De school wilde zelf in de wereld zijn. Door Ninny Duarte Lopez, 'Spangenaar voor life' en deelraadslid voor Wij Delfshaven leerde ik dat de school dan misschien nog niet in de wereld was, maar de leerlingen des te meer. Zichtbaar in de wijk, met z'n allen op het Bellamyplein. De place to be. Zij betoogde dat er in Spangen zo weinig voor jongeren te doen was, terwijl juist cultuur je hoop kan bieden en een blik op je toekomst, iets nieuws. Er werd verteld dat de school een heftige geschiedenis had, waar de moeilijkste leerlingen samenkwamen. Maar ook nu is het nog steeds een heftige school waar je niet altijd aan lesgeven toekomt. Ik zag heel veel jonge energieke kinderen -ik vond ze echt klein- opgaan in een festival op hun eigen school, in hun eigen wijk, met hun eigen vrienden. Ik kon me niet voorstellen dat het zo moeilijk was allemaal hier. Het was koud, maar de zon scheen. Misschien was dat precies de gemoedstoestand of de situatie van de kinderen in deze wijk.

 

Marjet Roerink legde tijdens deze happening in Spangen uit hoe ze bij Islemunda, Podium van Ijsselmonde de deur heeft open gezet naar de wijk. Hoe ze in alle wijkkranten een foto van zichzelf had gezet en gezegd: Ik ben Marjet, wees welkom met je droom, wil je iets doen, kom! Er is ruimte, er is tijd, er is drinken. En hoe zij uit eigen ervaring weet hoe fijn dit is. Omdat als je in het straatleven zit, alles zo hard kan zijn en zo'n uitnodiging precies kan zijn wat je nodig hebt. En ik keek naar Marjet en het leek me heel fijn om als je iets wilde, maar je wist misschien nog niet wat, Marjet tegen te komen die dan hup met je aan de slag ging. Ze had naar aanleiding van die oproep nu een band gevormd met jonge en oude mensen uit de wijk, want het was totaal verschillend wie er reageerde op haar oproep. En niemand wist precies wat zijn of haar droom was. Jongeren niet omdat het hen nooit was gevraagd, maar een oude man reageerde ook als eerste met: ‘mijn droom? Ik ben al jaren met pensioen!’ En daar was Marjet en daarmee ging en mocht iedereen weer dromen. En nu wil Ninny ook een Marjet voor Spangen en dat snap ik heel goed.

 

En ondertussen was het niet alleen de Maand van het Cultuuronderwijs, maar ook de maand van de verkiezingen waarbij Jesse Klaver niet geheel ontoevallig met zijn verhaal van empathie mij maar vooral ook heel veel jongeren wist te raken omdat wij zo veel behoefte hebben aan een verhaal van hoop. Ook hier zag je dat het niet ging om het individu, maar om de gezamenlijkheid.  Ik stemde op Zihni Ozdil. Hij zat ooit in de jongerenredactie van debatcentrum de Unie waar ik toen werkte en waar hij toen al bepleitte dat tolerantie in een diverse samenleving naar elkaar lang niet genoeg is, want dat maakt dat je nog steeds allemaal in aparte hokjes zit.  Hij schreef daar vorig jaar ook een boek over, `Nederland mijn vaderland'. Een prachtig boek waarin hij het Nederlandse mechanisme om de ander buiten te sluiten in een historisch perspectief plaatst en de Nederlandse verzuiling als een van de oorzaken ziet. Goed, ik dwaal af. Wat ik maar wil zeggen, is dat ik het ongelofelijk vind dat die Rotterdamse jongeren nog steeds gezien worden als ‘de ander’ door bijvoorbeeld de grootste partij van dit land. Dat staat het ontwikkelen van de goede identiteit (zoals Gert Biesta het noemt) ongelofelijk in de weg, lijkt mij.

 

Terug naar de hoop. Ik sprak deze maand ook twee keer met Peter Bergen, directeur van OBS de Wilgenstam en mijn buddy tijdens deze maand. We kwamen over boosheid te spreken naar aanleiding van een mooi gedicht van Merel (zie afbeelding onderaan) waarin zij een brief schrijft aan de Nederlandse identiteit. Waarin zij prachtig onder woorden brengt hoe de Nederlandse identiteit vooral diversiteit is. Zij eindigt dit gedicht enigszins boos rond het zij-en-wij-conflict waar we nu in zitten met aan beide zijden mensen bang zijn de Nederlandse identiteit te verliezen. Volgens Peter is de boosheid niet erger dan in alle andere tijden en creëren we vooral een beeld van boosheid met elkaar. Mensen zijn onzeker, maar niet boos. Goed, we zijn niet boos, we zijn onzeker, we hebben behoefte aan hoop en ons tot elkaar verhouden. We zijn klaar met het egocentrische identiteitsdenken.

 

Ik was op het Zuiderparkcollege en luisterde daar naar Fokka Deelen die vertelde hoe zij in verschillende Rotterdamse wijken mensen wist te verleiden om met elkaar dingen te gaan doen. Hoe theater daarbij tijd, ruimte en vorm biedt. Precies wat Gert Biesta ook betoogde. Dat kunst bij de drie-eenheid van hoofd, hart en handen kinderen kan leren te denken over de wereld, te voelen voor de wereld en te leren in de wereld te willen zijn. Het mooie is dat je in Rotterdam juist zo goed in de wereld kan zijn. Vanwege (sorry, cliché) het feit dat we een wereldstad zijn.

 

Ik hoop zo ontzettend dat al die Rotterdamse kinderen en jongeren geleerd wordt in de wereld te zijn. Misschien wel door mensen die dit zelf ook nog niet geleerd hebben, maar dit alsnog aan het doen zijn. Want ook dat viel me deze maand weer op, we zijn continu met elkaar op zoek naar het vinden van de juiste balans tussen dat ik en de samenleving. En dat alle educatoren die ik sprak ook zo oprecht aan het zoeken zijn. Laat cultuuronderwijs voor ons allemaal de plek zijn om te leren balanceren.