Hand in hand kameraden

31 mei 2017

Maart 2017 was de eerste Rotterdamse Maand van Cultuuronderwijs. Tijdens deze Maand vonden tientallen evenementen plaats, waar professionals binnen cultuuronderwijs elkaar én leerlingen ontmoetten. Er werd onderzocht, beleefd, uitgewisseld en geleerd. De hoofdvraag van de Maand was ‘hoe vormt cultuuronderwijs Rotterdam?’. Vier correspondenten werden met deze vraag op pad gestuurd. Vanuit hun eigen expertise en gewapend met de verrekijker van de Maand hebben zij evenementen bezocht en collega-experts geïnterviewd. Dit artikel is het eindresultaat.

 

Rineke Kraaij ontwikkelt op het Eiland van Brienenoord een speelplaats voor alle leeftijden: Buitenplaats Brienenoord. Het nadenken, praten, vormgeven en verbeelden van de toekomst staat op het eiland centraal. Daarbij spelen een paar basisvragen een rol in het programma wat nu in ontwikkeling is. Op individueel niveau: wie ben ik, waar kom ik vandaan en waar ga ik naar toe. Op eilandniveau: wat is dit voor een eiland, wat is er allemaal gebeurd en wat kan het worden? En nog een stap groter: Hoe is Rotterdam ontstaan, waar staan we nu waar gaan we naartoe. Kortom, nadenken over toekomst door heden en verleden te kennen, te begrijpen en te bevragen. Voor de Maand van Cultuuronderwijs ging ze op pad met het thema identiteit. 

 

Hieronder lees je een intro, klik hier om gelijk naar het artikel te gaan

Hand in hand kameraden

 

Waarom cultuuronderwijs, in relatie tot identiteitsontwikkeling, zou moeten gaan over nieuwe verbindingen  

 

Door Rineke Kraaij

Deze week vroeg ik mijn dochter van vijf - die opeens overal het logo van Feyenoord ziet - wie er in de klas allemaal voor Feyenoord is. Zonder twijfel en alsof ik een hele domme vraag stelde, riep zij: "Wij allemaal".  Feyenoord bleek (tijdelijk) onderdeel te zijn geworden van mijn dochters identiteit. Verder zag ik, meer in collectieve zin, hoe het feest zoveel verschillende Rotterdammers samenbracht.

Het lijkt goed te gaan met Rotterdam. We komen in allemaal top tien-lijstjes voor omdat Rotterdam zo leuk is, maar het winnen van Feyenoord heeft voor de gemiddelde Rotterdammer veel meer betekenis qua vergroting van Rotterdamse eigenwaarde dan een notering in de top tien van de Rough Guide of the Lonely Planet. We zijn op dit moment een stad van winnaars. En dat vieren we met elkaar.

Wat doet het winnen van Feyenoord met je identiteit, wat doet Rotterdammer zijn met je identiteit? Het zijn twee van de vele bouwstenen die maken wie je bent. Lang geleden leerde ik van Henk Oosterling, filosoof en bedenker van Rotterdam Vakmanstad, dat identiteit een crisisbegrip is dat pas opduikt als er een probleem is. Het voortdurend praten over identiteit in onze samenleving was volgens hem het gevolg van een angstcultuur en het problematiseren van jonge mensen. Eigenlijk zou je veel meer tijd en moeite moeten investeren in interesse, wat letterlijk ‘ertussenin zijn’ betekent. Het is volgens Oosterling veel belangrijker wat er 'tussen' mensen onderling gebeurt dan wat er 'in' mensen gebeurt.

Ik ben een optimist en ik ging dan ook met een optimistische blik de Maand van Cultuuronderwijs in als correspondent, om te zien hoe, door cultuuronderwijs, kinderen kunnen leren wie ze zijn en wie ze willen zijn. Mijn voornemen was daarbij om evenzogoed naar de leraren te kijken.

 

Ikzelf en de ander

Al snel kwam ik erachter, door een gesprek met Peter Bergen (directeur van Basisschool de Wilgenstam), dat mijn eerste doelstelling niet voldoende was. Dat het heel belangrijk was om hieraan toe te voegen: in relatie tot de ander. Eigenlijk had Oosterling me dat dus jaren geleden ook al gezegd. Ook in een lezing van Gert Biesta (hoogleraar educatie aan de Brunel University Londen) werd mij duidelijk dat het niet genoeg is je alleen maar te richten op de individuele ontwikkeling van een kind en deze alle ontplooiingsmogelijkheden te geven. Kinderen, maar volwassenen net zo goed, moeten leren hoe op een volwassen manier om te gaan met hun vrijheid en hun relatie met de wereld. Dat gaat alleen als je daadwerkelijk relaties aangaat met anderen, hen ontmoet en leert kennen. Dat is lastig als iedereen in een eigen bubbel leeft. Het mooie is echter dat in een klas heel veel verschillende mensen samenkomen. Dat is alvast een randvoorwaarde voor wat we volgens Gert Biesta en Peter Bergen zouden moeten leren op school.

 

Lees Verder