“Geen nepverhaal”

24 februari 2017

Klas 3ma van het Einstein Lyceum keek naar persoonlijke verhalen van jongeren die zich voorbereiden op ’s werelds grootste poetry slam in de documentaire 'Louder Than a Bomb'. Gereserveerd nemen de leerlingen plaats in de klas om nu zelf aan de slag te gaan met ‘spoken word’ in de gelijknamige workshop van Poetry International uit het Cultuurtraject Rotterdam. “Wie schrijft er wel eens voor zichzelf?” Workshopdocenten Elten en Dean staan voor de klas en kijken vragend rond. Er gaan drie aarzelende vingers omhoog.

Door Charlotte Broekhuizen

Elten polst de leerlingen tijdens het voorstelrondje: “Wat zijn je dromen? Wat vind je leuk om te doen als je niet met school bezig bent?” Een van de meisjes vertelt dat ze houdt van zwemmen. Haar vriendinnen zijn verbaasd. “Huh, dat heb je helemaal nog nooit vertelt.”

“Oké, wie is hier een beetje het ettertje van de klas?” Elten kijkt de klas rond. De leerlingen hoeven niet lang na te denken en wijzen allemaal subtiel naar één van de jongens. “Jij gaat een mindmap maken op het bord.” Hij krijgt een stift in zijn hand gedrukt. “Welke associaties hebben jullie bij de documentaire van gister?” De klas begint voorzichtig te brainstormen. “Personen” zegt iemand na het opsteken van een hand. Elten spoort ze aan om te roepen wat in ze opkomt. “Camera” Er volgen nog wat woorden. Een van de meiden zegt: “Echte verhalen. Een documentaire is geen nepverhaal.”

Gebaseerd op de mindmap gaan de leerlingen vervolgens een tekst schrijven zonder dat ze stukken doorkrassen of verbeteren. “Gewoon vijf minuten schrijven wat er in je opkomt”, zegt Elten. Pennen hangen onzeker boven de lege vellen. Eén van de jongens kijkt sceptisch naar het bord en dan naar zijn lege vel. Na een paar keer heen en weer gekeken te hebben, buigt hij zich met een diepe zucht over zijn papier. Regelmatig draaien de leerlingen hun hoofd naar het bord en weer terug naar hun papier. Langzaam maar zeker worden de lege vellen gevuld met woorden.  “Ik wist echt niet waar ik moest beginnen”, zegt een meisje als Elten vraagt hoe het ging. “Ik vond het heel moeilijk om iets op papier te krijgen”. Op de vraag of het gelukt is antwoordt ze: “Een beetje”.

“Nu gaan we het delen met elkaar.” De leerlingen schrikken en zuchten in koor: “Neeee” Niemand durft als eerste te gaan, maar iedereen leest toch zijn stuk voor. Eén van de meiden trekt een verbaasd gezicht na het voorlezen van haar stuk. Alsof ze er nu pas achter komt wat ze eigenlijk heeft geschreven. Eén van de jongens vertelt een persoonlijk verhaal over zijn familie. De sfeer verandert. De leerlingen lijken meer op hun gemak en voelen zich zelfverzekerder om weer hun pen op te pakken. 

Het persoonlijke verhaal zet de toon, want tijdens de tweede ronde schrijven ze allemaal over iets wat dichtbij staat. Deze keer buigen ze zich zonder aarzeling over hun papier. Eén van de jongens wrijft in zijn handen. “Ik heb er echt zin in”. Zijn tekst gaat over zijn favoriete voetbalclub.
Als de tijd om is, wil zelfs iemand vrijwillig beginnen met voorlezen. Het ene persoonlijke verhaal na het andere passeert de revue. De tissues worden doorgegeven. De jongen met zijn verhaal over voetbal aarzelt of hij het wel moet voordragen. Het is niet het meest serieuze onderwerp. Maar wat telt is dat het allemaal persoonlijke en echte verhalen zijn.

Sommigen schrijven letterlijk wat ze bedoelen, andere zijn cryptischer. “De zoon van mijn vader en niet van mijn moeder.” Zo begint één van de meisjes te vertellen over haar halfbroer. “Ik zeg je nooit meer iets”, schrijft een van de leerlingen over het in vertrouwen nemen van de verkeerde mensen.

Onderwerpen als pesten, vaders en zelfmoord worden aangesneden. Dit waren geen nepverhalen.

Het project ’Louder than a bomb', waar de klas van dit CULverhaal aan heeft deelgenomen, was onderdeel van het Cultuurtraject Rotterdam van KCR. Klik hier voor alle projecten dit schooljaar.