“Gaan we marshmallows roosteren?”

25 januari 2017

Groep ½ van de Horizon staat nieuwsgierig door het raam van de deur naar het speellokaal te gluren. Juf Evelien van de SKVR staat vlak achter het raam klaar met haar gitaar. Zometeen start de meespeelvoorstelling ‘Ik ben kwijt’. Terwijl de nieuwsgierige klas te horen krijgt dat ze netjes in een rij moeten blijven staan komen ze stiekem om de beurt even door het raam gluren.

Door Charlotte Broekhuizen

In de speelzaal staat een grote kaart van Rotterdam met eromheen banken die in een halve cirkel opgesteld staan. Terwijl ze op de bankjes gaan zitten roept een jongen enthousiast: “Gaan we marshmallows roosteren?” De hele opstelling heeft wel wat weg van een setting waarin je dat zou kunnen verwachten. Zittend in een halve cirkel met gitaar en liedjes er bij, alleen het kampvuur ontbreekt nog. Hij doelt echter op iets anders. Zijn oog viel namelijk op een drumstokje met een wit bolletje aan de bovenkant. Die lijkt verdacht veel op een stokje met marshmallow erop. Deze marshmallow wordt alleen voor iets heel anders gebruikt.

Met het marshmallowstokje slaat juf Evelien op een drumvel. Samen zingen ze een liedje die de kinderen leert oversteken. Ze lopen op de maat achter elkaar aan door de gymzaal tot ze bij een zebrapad komen. “Kijk rechts, kijk links” Alle hoofdjes bewegen tegelijk heen en weer. Het liedje gaat verder met “Komt er echt niks aan, dan mag je verder gaan” en ze lopen vol enthousiasme weer verder. Sommigen zelfs met huppel of sprongetje er bij. “Hoe zullen we nu verder lopen? Huppelen of…” Enthousiast roept één van de kinderen: “Nee, rennen!” Met snelle passen zingen ze het hele liedje nog een keer en stoppen ze weer voor het zebrapad.

Als de kinderen weer zitten begint Evelien zingend te vertellen dat ze vandaag voor het eerst alleen naar huis mag lopen. Begeleid door klap- en stampbewegingen start een verhaal. De kinderen nemen langzaam de gebaren over en moeten hard lachen als ze de weg naar huis omschrijft als: “Makkie, makkie, appelgebakkie”. Het tegendeel blijkt waar te zijn en al snel is ze ‘kwijt’. Het verhaal rolt zich uit als tocht langs allerlei locaties onder begeleiding van muzikale oefeningen.

De reis start op school. Een stukje verderop vinden ze stokjes in het bos waarmee ze mogen trommelen. “Welke kleuren hebben de stokjes allemaal?” De juf van groep ½ deelt samen met Evelien de gekleurde stokjes uit terwijl de kinderen alle kleuren van de regenboog opnoemen. Nog voor ze de kring rond zijn beginnen de kinderen al te spelen. Zodra ze de stokjes in handen hebben tikken ze er op los. Een paar jongens buigen zich zelfs naar de zitting van de bank en leven zich daarop uit. “Het begint te regenen.” Terwijl de kinderen worden aangespoord met hun stokjes, op de grond te tikken welt het geluid van een regenbui op. Ze klinken als dikke regendruppels die de grond raken. Eerst harde druppels. Dan zachte druppels. “En nu is het stil” Weer harde druppels gevolgd door zachte druppels. Tot ze de stokjes tegen elkaar wrijven. Verschrikt roept een meisje: “Nee niet doen, straks wordt het vuur!” Komt er dan toch een kampvuur?

Het verhaal vervolgt langs de kinderboerderij, waar ze een liedje zingen over alle dieren die je daar kunt vinden. Ook dit liedje gaat gepaard met klap- en stampbewegingen. De juf hoeft maar één keer een zin voor te doen en de kinderen doen de tweede keer gebaren en tekst uit volle borst mee. Ze zingen onder andere over een biggetje van een hangbuikzwijn. Na het liedje zegt juf Evelien dat haar buik wel een biggetje lijkt omdat haar maag begint te knorren. Ze zijn al zo lang onderweg! “Maar wat ruik ik?” zegt ze snuivend met haar neus. De kinderen doen gelijk snuivend en knorrend een varkentje na. “Nee, geen varkentje. Ik ruik iets. Wat ruik ik?” Enthousiast roept het jongetje weer: “Marshmallows!”

Het project ’Ik ben kwijt', waar de klas van dit CULverhaal aan heeft deelgenomen, was onderdeel van het Cultuurtraject Rotterdam van KCR. Klik hier voor alle projecten dit schooljaar.