Eerste opbrengsten Ariane van Heijningen: perspectief op het paradijs

09 april 2018

De Maand van Cultuuronderwijs 2018 zit erop! Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs ging Ariane van Heijningen als correspondent op pad met het thema PerspectievenHoe kan cultuureducatie de leerling nieuwe perspectieven op de wereld bieden? Hoe draagt cultuureducatie aan het versterken van je eigen perspectief? Of bijdragen aan het begrijpen van elkaars perspectieven?

Wat zijn haar eerste bevindingen? Lees hier de opbrengsten!

Door Ariane van Heijningen

In een stad met bijna 635.000 inwoners en circa 170 nationaliteiten vind je een rijkdom aan perspectieven op zo ongeveer ieder onderwerp dat je kunt bedenken. Je ontmoet je medestanders “Ja toch, niet dan?”, of je wordt ingemaakt met Rotterdamse logica: “Als het aan mij ligt, ligt het aan jou.” en beleeft iedere variant hiertussen.

En iedere variant hiertussen… Waarbij de meest interessante varianten degene zijn die je iets laten ontdekken over jezelf en/of de ander. Kan cultuureducatie hierin iets betekenen? Kan het bijdragen aan ontwikkeling van zelfbewuste burgers, aan het verbinden van schijnbaar concurrerende opvattingen? Kan cultuureducatie ons Rotterdamse palet van meningen, kleuren, geuren, vragen, onenigheden en beloftes zichtbaar maken en daarnaast tot verrassende nieuwe perspectieven komen? En zo ja, hoe dan? Als cultuureducatie daaraan kan bijdragen, dan is Rotterdam een waar paradijs, een oneindig rijke bron voor cultuureducatieprofessionals waar cultuureducatie niet alleen over ‘dat mooie schilderij’ of ‘die gave dans’ gaat, maar om het “ontdekken van jezelf en de wereld” zoals het Rotterdamse Maas Theater en Dans dat in haar missie verwoordt.

Met mijn nieuwsgierige blik gericht op het thema ‘perspectieven’, baan ik mij een weg door de Maand van Cultuuronderwijs. Ik werd als eerste meegezogen in het netwerk Rotterdams CKV, waar resultaten uit proeftuinen gepresenteerd werden: een co-creatie tussen scholen en culturele instellingen. Vanuit het thema perspectieven bekeken, gebeuren hier mooie dingen. Zoals bijvoorbeeld een toffe vlog van twee leerlingen die zichzelf kritisch en kwetsbaar bevragen over hun vooroordelen. Of leerlingen die het Chabot museum al betastend, proevend en tekenend, met alles wat ze in huis hebben eigen maakten. De traditionele educatieve begeleiding bleef op de achtergrond, waardoor er ruimte was om te ontdekken: “Die ramen vind ik gaaf!”. De rode draad van de proeftuinen bleek: Breek open! Ga op onderzoek! Verruim je blik! Durf te ontmoeten! En dat geldt zeker niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor de docenten en de culturele instellingen.

Een paar dagen later bevond ik mij in de prikkelende tentoonstellingsruimte van Verhalenhuis Belvédère, bij een presentatie van Fianne Konings’ onderzoek naar hoe culturele instellingen kunnen bijdragen aan cultuureducatie in het basisonderwijs. Hier werd prachtig voelbaar hoe OBS ‘t Prisma het door hun gekozen thema “straatcultuur versus thuiscultuur” leidend laat zijn in al hun cultuuronderwijs. De school koos zelf culturele partners en bijbehorende disciplines die hen helpen dit onderwerp te onderzoeken en vorm te geven. De kunstdiscipline als ondersteuner! Dit voorbeeld veroorzaakt onrust bij sommige cultuurprofessionals in de zaal: “Hoe zit het dan met de discipline muziek? Wat doen ze daaraan? Is het niet teveel beeldend? Voldoet deze aanpak wel aan de kerndoelen? Hoe leert de school dan alle andere cultuuraanbieders in de stad kennen?” Ik ontdek dat OBS ‘t Prisma een nieuw (bedreigend) perspectief inbrengt op wat cultuureducatie zou kunnen zijn. “Waar blijft het denken vanuit de disciplines?” wordt nog net niet geroepen, maar angst voor aantasting van het disciplinaire denken is alom voelbaar. OBS ’t Prisma heeft daar duidelijk niet voor gekozen, maar laat hun inhoudelijke leerstof leidend zijn voor de kunstvakken die ze erbij willen betrekken. Als je het over perspectiefontwikkeling hebt… Ik zie betekenisvol onderwijs ontstaan!

Mijn volgende bezoek vond plaats in de haaienzaal van Blijdorp waar Dr. Emiel Heijnen uitdagende voorbeelden uit de kunst en populaire cultuur laat zien, die volgens hem cultuureducatie kunnen maken tot een plek om ‘vreedzaam te vechten’. Een voorbeeld van zo’n spraakmakend kunstproject, is de conflictkitchen: hier serveren restaurants alleen eten uit landen waarmee de Verenigde Staten in conflict zijn. “Kunsteducatie gaat niet alleen over vormen en kleuren, maar over het feit dat kunst kan opschudden en dat zelfs moet”, aldus Heijnen. “Biedt leerlingen de kans om bestaande machtsstructuren te bekritiseren of zelfs speels te verstoren.”
Een grotere pleitbezorger voor cultuureducatie als instrument om je eigen perspectief te ontdekken en te ontwikkelen ben ik nog niet eerder tegen gekomen! Zijn oproep zou bijna anarchistisch kunnen klinken, ware het niet dat Heijnen er nadrukkelijk bij zegt dat ook deze manier van kunstonderwijs geven prima kan in een conventionele leeromgeving. Goed, daar denken we nog even over na.

Ter afsluiting van de Maand van Cultuuronderwijs liet ik mij inspireren door 350 leerlingen van basisscholen die deel hebben genomen aan Code Groen, samen met culturele partners Hofplein, Maas Theater en Dans en SKVR. De beste ideeën van de leerlingen voor een duurzame stad worden aan verschillende vertegenwoordigers van de Gemeente Rotterdam aangeboden. De verbeelding die kunst nodig heeft om gemaakt te kunnen worden, wordt hier ingezet om de meest creatieve en nieuwe oplossingen te bedenken. De Jacob Marisschool presenteert hun aanpak in samenwerking met beeldend kunstdocent van de SKVR als het ‘zienersperspectief’. Ga waarnemen voordat je een standpunt inneemt. En doe dat met alle mogelijkheden die je in je hebt: kijkend, ziend, voelend, ruikend, kortom: ‘met je hele hebben en houwen’! Dat heeft nieuwe perspectieven opgeleverd over hoe de wijken Hillegersberg en Middelland van elkaar kunnen leren. Gebundeld in hun prachtig gemaakte Magazien.

De gesprekken en bijeenkomsten die ik heb gevolgd in het kader van de Maand van Cultuuronderwijs bleken voor mij een bron van inspiratie, maar ook van vragen. Het is wel duidelijk dat leerkrachten, professionals en theoretici grote mogelijkheden toeschrijven aan het cultuuronderwijs als het gaat om het ontwikkelen en begrijpen van elkaars perspectief. Hoewel, zoals opnieuw in Belvédère bleek, dat volgens sommige kunstprofessionals niet ten koste mag gaan van het ontwikkelen van specifieke vaardigheden in zoveel mogelijk verschillende kunstdisciplines.

Leuk en aardig, die professionals en theoretici. Maar uiteindelijk zijn leerlingen allemaal ook, misschien wel in eerste instantie, kinderen van hun ouders. En wat verlangen de ouders van cultuuronderwijs? Vinden zij het belangrijk dat hun kinderen leren perspectieven te ontdekken, ontwikkelen en te overbruggen waar nodig? En zo ja, speelt voor hen cultuureducatie hierin een rol? Wat verstaan ze er eigenlijk onder? En zien zij Rotterdam ook als een mogelijk cultuureducatief paradijs, als het gaat om het ontdekken van jezelf en de wereld? De zoektocht gaat verder, de komende weken mag ik ouders interviewen over het thema ‘perspectieven’. Ik kijk ernaar uit!


Ariane van Heijningen, correspondent Perspectieven

Ariane van Heijningen is praktisch filosoof en helpt haar klanten vanuit haar bureau Denkplaats tot heldere inzichten en bezielde besluiten te komen. Daarnaast is ze bestuurslid van het Rotterdamse Cultuur Concreet en blogt ze regelmatig over creatief denken, dialoog en filosofische gesprekstechnieken. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs gaat ze als correspondent op pad met het thema perspectieven.

Maart is de Maand van Cultuuronderwijs in Rotterdam: hét onderwijs van de 21e eeuw. Een maand vol debatten, lezingen, festivals en activiteiten voor en door scholen, theaters, musea en andere culturele instellingen. Het thema: Hoe vormt cultuur onderwijs Rotterdam? Samen duiken we de cultuureducatie van Rotterdam in en leveren we een bijdrage aan het cultuuronderwijs van morgen. Drie correspondenten onderzoeken tijdens deze maand een van de gedefinieerde thema's en leveren diepgang aan het festival, dat daarmee tevens een onderzoeksveld is.