‘Eerst het Wilhelmus onderzoeken, dan pas zingen.’

31 januari 2018

 

Interview met Hester Dibbits over erfgoed en identiteit

 

Hester Dibbits is bijzonder hoogleraar Historische Cultuur en Educatie aan de Erasmus School of History, Culture and Communication. Tevens is zij lector Cultureel Erfgoed en studieleider van de internationale Master of Museology aan de Reinwardt Academie. Samen met Marlous Willemsen, directeur van de Amsterdamse erfgoedinstelling Imagine IC, ontwikkelt zij emotienetwerken, een methodiek voor de omgang met erfgoed. 

 

Door Sander Zweerts de Jong


De Stoomfluit van Coevorden floot decennialang dagelijks. Na klachten van omwonenden verdween het geluid, maar men begon het toch te missen, zodat uiteindelijk het dagelijks fluiten weer in ere werd hersteld, schrijft Hester Dibbits in Boekman Extra. Het geluid van de stoomfluit mocht blijven en werd zo onderdeel van ons industrieel erfgoed. Een mooi voorbeeld van wat erfgoed kan zijn en dat het ook vaak iets emotioneels is. Een traditie, een geluid, een voorwerp, zelfs een geur. Erfgoed is niet iets vaststaands. We spreken onderling met elkaar af wat wel en geen erfgoed is. 


‘Maar als je erfgoed definieert als dingen en tradities van het heden, uit het verleden, die we willen bewaren voor de toekomst, dan rijst de vraag: wie zijn die ‘we’ dan? Vaak is diegene die het label erfgoed erop plakt een museumconservator, een heemschutdeskundige of een andere ‘expert’. Maar er is ook een stroming van mensen die zegt dat er veel meer stemmen zijn die je daarover kan laten horen. Wie gaat er eigenlijk over? Dat is een interessante vraag, want dan begint het gesprek, of wordt het op een andere manier voortgezet’. Van en voor wie is erfgoed?


Volgens Hester Dibbits moeten we voorzichtig zijn met de koppeling van erfgoed en identiteit. ‘Het is leuk om met een klas op onderzoek te gaan en te kijken waar je woont en wat er in die buurt aan erfgoed staat. De brug in de buurt die door Berlage is ontworpen, wat kunnen we daarover uitzoeken? En hoe houdt dat verband met jou? Daarmee komt het tot leven voor leerlingen. Maar als er vervolgens wordt gezegd: Berlage is jouw erfgoed, en dus onderdeel van jouw identiteit, dan denk ik: hoezo? Wat als je hier net woont? Voelt het dan ook als jouw erfgoed? Dat is best ingewikkeld. Bij tradities werkt het net zo. De jaarlijkse Sinterklaasviering gaat tegenwoordig hand in hand met de discussie over Zwarte Piet. Als je uitdraagt dat een Sinterklaasfeest zonder Zwarte Piet niet hoort bij ‘ons erfgoed’ en ‘onze identiteit’, dan roept dat de vraag op: wat voor soort ‘ons’ bedoel je? 


Het blijkt dat het ter discussie stellen van tradities tot nogal heftige discussies, en zelfs conflicten kan leiden. Hester Dibbits en Marlous Willemsen ontwikkelen daarom een methode, emotienetwerken genaamd, waarbij het dialogische gesprek centraal staat: ‘Wat gebeurt er als je juist al die verschillende stemmen rond bijvoorbeeld een Zwarte Pietdiscussie met elkaar in contact brengt en ook fysiek in een ruimte zet? Als je de emoties, verlangens en belangen van voor- en tegenstanders in kaart brengt op een soort mindmap voordat je de discussie begint? Dus eerst inventariseren, dan pas debatteren. Je hoeft het aan het einde niet met elkaar eens te zijn, maar de hypothese is dat deze methodiek leidt tot een meer ontspannen benadering van de discussie. Met de methode van emotienetwerken doen we eigenlijk een interventie binnen het bestaande debat en onderzoeken we wat die interventie oplevert.


Daarbij werken we vanuit het idee dat onze samenleving niet opgedeeld is in vaste groepen, maar een veel grilliger, netwerkachtige structuur kent. Zo krijg je vanzelf ook meer oog voor het individu en voor het feit dat de positie van individuen in een netwerk kunnen veranderen. Die benadering past bij een samenleving waarin niet iedereen een leven lang op dezelfde plek blijft wonen.

 

In een snel veranderende samenleving is het begrijpelijk dat er gezocht wordt naar verbinding. Maar al te veel bemoeienis met het dagelijks leven vanuit het streven naar een eenduidige nationale identiteit, wekt frustratie op. ’Het verplicht stellen van het zingen van het Wilhelmus is zo’n voorbeeld. Je verplicht de mensen ook niet om Sinterklaas te vieren. Ik ken de coupletten van het Wilhelmus niet. Zou ik mij meer Nederlander voelen als ik wel al die coupletten wel ken?


We zouden beter kunnen nadenken over interessante manieren waarop we erfgoedkwesties kunnen benaderen. Je kan veel meer en andere relaties, associaties en verbindingen opzoeken rondom het Wilhelmus. Hoe werd het Wilhelmus vroeger gezongen bijvoorbeeld, wat is een volkslied, waarom kan een volkslied mensen soms zo diep raken, en sinds wanneer bestaan er volksliederen? In plaats van nadruk leggen op het Wilhelmus als jouw volkslied, jouw erfgoed en jouw identiteit die je moet leren kennen. We moeten uit de groef dat je door erfgoed je eigen identiteit leert kennen. Want daarmee komen we er niet in deze geglobaliseerde samenleving.


Misschien moeten we af van het idee dat je iets van de ‘vaderlandse geschiedenis’ moet afweten om een identiteit te mogen aannemen. Waarmee ik niet wil zeggen dat het niet ontzettend leuk is om over geschiedenis te leren! Ik vind geschiedenisonderwijs heel belangrijk. Dat leerlingen zien wat er om hen heen is en waar dat vandaan komt. Dat ze direct de school uitlopen en denken: het alledaagse is eigenlijk heel ongewoon. Waarna ze uitgedaagd worden daar met een onderzoekende blik naar te kijken. Maar door erfgoed en identiteit aan elkaar te koppelen, zetten we onszelf teveel vast’. Er is te weinig speelruimte voor degene die met dat erfgoed niets heeft.


Meer interessante informatie hierover?

https://wetenschapsagenda.nl/route/levend-verleden/

https://www.reinwardt.ahk.nl/fileadmin/download/reinwardt/lectoraat/2017DibbitsinBoekman.pdf


2018 is Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed
Dit jaar vieren we het gevarieerde culturele erfgoed van Europa. Al eeuwenlang zijn Europese landen verbonden met elkaar. Op elke hoek van de straat in alle Europese landen is erfgoed te vinden: het omringt ons in dorpen, steden, landschappen en zelfs onder de grond als archeologische vondsten. Om dat te vieren vinden er in 2018 in het hele land (en verschillende Europese landen) activiteiten plaatst die de relatie tussen het Nederlandse en het Europese erfgoed uitdrukken.