Dromen van muziekonderwijs

09 juli 2018

Wat zijn de dromen en behoeften van Rotterdamse scholen als het gaat om muziekonderwijs? En wat verwachten ze van culturele instellingen en vakdocenten? KCR maakte een inventarisatieronde langs twee directeuren, een leerkracht en een ICC’er, van in totaal vier basisscholen, en sprak ook met een muziekdocent aan de pabo. Hier volgt een aantal uitspraken en bevindingen.

 

Door Jon Marree

 

1. Zoveel scholen, zoveel behoeften

 

Gevraagd naar de behoeften op het gebied van muziekonderwijs zijn de antwoorden heel divers. Ze hangen voornamelijk samen met de situatie van het muziekonderwijs op de betreffende school.

 

Waar staan de vier basisscholen dan in hun ontwikkeling? De één heeft muziekonderwijs verankerd tot in het schoolleerplan, terwijl de ander blij is dat er in één klas de afgelopen maanden voor het eerst een paar uur per week met de kinderen is gezongen. Eén school heeft het muziekonderwijs geheel uitbesteed aan vakdocenten, die in alle groepen één uur per week lesgeven, terwijl de groepsleerkrachten deze tijd besteden aan administratieve zaken. Een andere school heeft een eigen muziekvakdocent, die met wisselend succes probeert om groepsleerkrachten bij het muziekonderwijs in de klas te betrekken.

 

Waar is zoal behoefte aan? Voldoende subsidie, klinkt het eensluidend. En genoeg formatieruimte. Het overgrote deel van de leerkrachten voelt zich niet bekwaam genoeg en dus onzeker als het gaat om muziekonderwijs. Daarom moeten ze in de dagelijkse praktijk worden opgeleid.

 

Schooldirectie en –bestuur dienen aan muziekonderwijs genoeg gewicht te geven. Door er visie en beleid op te ontwikkelen, bijvoorbeeld. Anders blijft het teveel van de goedwillende leerkracht afhangen of er in de praktijk iets van terecht komt. En door beter te ‘kaderen’: muziekonderwijs is veel meer dan alleen maar leuk.

 

We moeten de inhoud in, en gericht werken aan de muzikale vaardigheden.

 

Laagdrempelig aanbod? Alsjeblieft niet! Dat wordt van (drie) verschillende kanten geroepen. Omdat muziekonderwijs zich niet kleiner moet maken dan het al is, daarvoor brengt het teveel mooie dingen voort. En omdat het van laagdrempeligheid bepaald niet leuker wordt. De essentie van muziekonderwijs is de muzikale ervaring. Het werkt niet als de kinderen zingen terwijl de leerkracht met de armen over elkaar naast het digibord staat.

 

Een school kan zelf vaak nauwelijks inschatten waar de eigen behoefte op het gebied van muziekonderwijs precies ligt, zegt een directeur. Daar hebben we specialisten, zoals KCR, bij nodig. De laatste keer dat ik met mijn team het gesprek over muziekonderwijs voerde, is alweer een jaar of vier geleden. Intussen zijn er de gebruikelijke personele wisselingen geweest. Eigenlijk zouden we het er opnieuw over moeten hebben.

 

2. Wat wordt gezien als de belangrijkste opbrengst van muziekonderwijs?

 

Of de school nu ‘veel’ of ‘weinig’ aan muziekonderwijs doet, alle betrokkenen onderstrepen de grote winst die muziekonderwijs met zich meebrengt. De lol: kinderen vinden het vrijwel altijd leuk. Ze zijn ontspannener op de dagen dat ze muziekonderwijs hebben, zo wordt gezegd. En de trots! Door regelmatig zangonderwijs te krijgen, blijft de durf om te zingen langer intact.

 

Door muziekonderwijs leren de kinderen beter te luisteren. Iedere muziekles maakt de drempel om iets met muziek te doen weer lager. Kinderen kunnen op het vlak van muziek eigenlijk veel meer dan wij denken. We kennen alleen de mogelijkheden nog te weinig.

 

Muziek is goed voor de brede ontwikkeling van kinderen. Het maakt de hersenen actiever, laat de twee hersenhelften beter samenwerken. Zanglessen zijn goed voor de taalontwikkeling. Muziek is een taal op zich. Een taal die iedereen spreekt.

 

3. Wat zijn de stoutste dromen?

 

Vooropgesteld: waar de één van droomt, kan voor de ander al realiteit zijn. Zo verschillend zijn de situaties op de vier scholen. Ter inspiratie zijn hier de ‘allerstoutste’ dromen weergegeven.

 

Voor alle groepsleerkrachten op onze school een zangcoach, die ze begeleidt, stimuleert, en helpt om de onzekerheden weg te nemen. In elk lokaal een luisterplekje inrichten, met een cd-speler, cd’s en koptelefoons, waar kinderen op elk moment even muziek kunnen luisteren. Van ‘Kinderen voor Kinderen’ tot Bach. Kinderen die thuis muziek maken benutten: geef ze een permanent podium, zodat ze de andere leerlingen kunnen inspireren.

 

Nog een greep uit de genoemde dromen. Dat we in ons leerkrachtenteam genoeg flow hebben om zelf ons muziekonderwijs continu in voortgang te houden. Dat alle kinderen die nu aan Ieder Kind een Instrument meedoen straks een instrument blijven spelen. Dat we de kinderen helpen om via de muziek expressie te geven aan zichzelf. Dat ze zichzelf op die manier leren kennen en hun identiteit verder kunnen ontwikkelen.

 

Op het gebied van sport hebben we een toernooi waaraan alle Rotterdamse scholen meedoen, waarom hebben we geen stedelijke muziektalentenjacht? Meer open podia! Leerkrachten die regelmatig contact hebben met de buitenschoolse muziekdocenten van hun leerlingen. Meer bandcoaching: met elkaar leren samenwerken, naar elkaar leren luisteren en lol hebben. Ik zou graag zien dat alle Rotterdamse scholen hun muziekonderwijs zo goed voor elkaar hadden als wij.

 

4. Wat wordt er verwacht van de vakdocenten en culturele instellingen die het muziekonderwijs mede verzorgen?

 

Hoe verschillend de uitgangsposities van de betrokken scholen ook zijn, zo eensluidend zijn de verwachtingen richting vakdocenten en culturele instellingen: goed rekening houden met de uitgangspositie van de school.

 

Ik zie graag dat ze zich allereerst verdiepen in de situatie van het muziekonderwijs op onze school. Hoe staat het ervoor? Dat ze het niet louter vanuit hun eigen aanbod bekijken. In ons geval moeten er nog heel wat stappen gezet worden voordat ze de leerlingen überhaupt aan het zingen krijgen. We hebben nu eenmaal weinig muziekervaring.

 

Hebben ze wel genoeg kaas gegeten van hoe het er in het onderwijs aan toe gaat? Dat is belangrijk! De vakdocent kan maar het beste goed aansluiten bij het niveau van ons team en beginnen met de simpele dingen, zodat we daarna gemakkelijk zelf met het geven van muziekles aan de slag kunnen. Anders werkt het niet stimulerend.

 

Behalve dit is er nog een aanbeveling om muziekonderwijs aantrekkelijker voor kinderen te maken. Sluit aan bij wie hun helden zijn. Maak gebruik van de populariteit van een figuur als Ronnie Flex, of andere rappers, ook al ben je het misschien niet eens met hun teksten. Zend via YouTube vlogs de wereld in, dat is een kanaal waar de kids vaak naar kijken.