Deense delegatie op bezoek

10 mei 2016

Hoe is cultuuronderwijs in Nederland georganiseerd? Wat leren Nederlandse kinderen over cultureel erfgoed? Wie spelen allemaal een rol in de Nederlandse cultuursector? Met deze en meer vragen kwamen acht Denen, van ministerie, gemeente en verschillende culturele- en onderwijs instellingen, naar het KCR als onderdeel van een driedaagse studiereis. Op vrijdagmiddag 15 april werden zij ontvangen door KCR directeur Anne Marie Backes, projectleider Anna van der Goot en een select gezelschap vanuit de Gemeente Rotterdam, culturele instellingen en onderwijs. 

door Tamar de Corte & Nikki Kamps

 

Op het programma stond een mix van Nederlandse en Deense presentaties. Peter Brunberg, Hoofd Research van het University College in Lillebaelt, vertelde over (cultuur)onderwijs in Denemarken.  Barend van Heusden, professor Cultuur en Cognitie aan de Rijksuniversiteit Groningen, kwam aan het woord over het belang en de definitie van cultureel erfgoedonderwijs. Context uit de Nederlandse praktijk kwam van het project Cultureel Erfgoed Rotterdam.

 

Alle openbare basisscholen in Denemarken (folkeskole) hebben recent een belangrijke verandering doorgemaakt van ‘gesloten’ naar ‘open’ scholen. Niet “hoe breng je de lesstof zo efficiënt mogelijk over”, maar het leren zelf werd het onderwerp. De politiek wenste meer geschiedkundig en erfgoedonderwijs. Scholen moesten meer gaan samenwerken met andere instellingen uit de samenleving.

 

Nu is het Deense onderwijs meer gefocust op competenties, vaardigheden en de mogelijkheden om die vaardigheden te gebruiken. Deense leerlingen hadden veel minder verplichte contacturen dan internationaal gemiddeld, maar lopen sinds de hervormingen voorop.

 

Volgens Peter Brunberg ging de invoering van dit nieuwe systeem niet zonder slag of stoot. Leraren kwamen in opstand tegen de veranderde werkomstandigheden. Financiering was en blijft een probleem. Leraren zijn vaak niet voldoende opgeleid om onderwijs te geven op het gebied van (cultureel) erfgoed en de communicatie tussen scholen en andere organisaties verloopt moeizaam. Deze struikelpunten waren deels de reden om in Nederland te kijken hoe er hier wordt gewerkt.

 

De Rijksuniversiteit Groningen heeft onderzoek gedaan naar een framework waarbinnen gedacht kan worden over cultuuronderwijs. De concepten ‘cultuur’ en ‘erfgoed’ zijn moeilijk te definiëren, zo ook het onderwijs dat erop gebaseerd is. Om nog maar niet te spreken van de definitie van goed cultuur- en erfgoedonderwijs. Het framework kan als leidraad dienen. Wat is kwalitatief goede erfgoededucatie en hoe ontwikkel je dat?  

 

Met het framework definieert Barend van Heusden cultureel erfgoed als: “het bewustzijn van alles dat is gemaakt”. Ons cultureel erfgoed creëert ons ieders cultureel bewustzijn. Dit cultureel bewustzijn bepaalt vervolgens hoe wij ons gedragen. We herkennen een nieuwe situatie op basis van ons referentiekader. Het is de basis van onze identiteit. Goed onderwijs op dit gebied is voornamelijk afhankelijk van expertise: inzicht in de structuur van het onderwijs, inzicht in de ontwikkeling van kinderen en kennis van het onderwerp. Andere belangrijke factoren zijn succesvolle samenwerking met externe partijen en simpelweg de beschikbare middelen.

 

Dan een voorbeeld van samenwerking uit de Nederlandse praktijk. Anica Schilperoord presenteert Cultureel Erfgoed Rotterdam. Het project is een initiatief van de Rotterdamse Erfgoedcoalitie, welke bestaat uit verschillende culturele instellingen, de Gemeente Rotterdam en KCR. De bedoeling van het project is dat schoolkinderen middels kennis en begrip van het verleden hun ‘21st century skills’ ontwikkelen. De erfgoedcoalitie wil hier een werkwijze, middelen en handvatten voor ontwerpen.

 

Er wordt nauw samengewerkt binnen groepjes van drie: iemand van de school, iemand van de culturele instelling en een expert met betrekking tot 21e -eeuwse vaardigheden. De groepjes bezoeken de school en de culturele instelling met als doel meer inzicht in elkaars werkwijze te krijgen. Op deze manier sluit het aanbod van culturele instellingen beter aan op de vraag van scholen.

 

Barend van Heusden benoemt vanuit de wetenschap de hoekstenen van goed cultureel erfgoedonderwijs: expertise, beschikbare middelen en gedegen samenwerking tussen de school, culturele instellingen en politiek. Die komen overeen met de belangrijkste uitdagingen en zere plekken van de Deense hervormingen die Peter Brunberg beschreef. Uit het voorbeeld van de Erfgoedcoalitie blijkt dat de Nederlanders en de Denen de ambitie delen om deze hoekstenen te gaan verankeren binnen cultureel erfgoed onderwijs. Dat beide landen veel van elkaar te leren hebben, blijkt wel uit de levendige discussie die na de presentaties ontstond.

 

Voor meer informatie over het project van de Erfgoed Coalitie, kunt u contact opnemen met projectleider Hein van den Bemt: h.vandenbemt@gmail.com