De taal die jongeren spreken, zegt wie ze zijn

19 november 2015

Het KCR zoomt in op alledaagse culturele ontwikkelingen in Rotterdam, die misschien niet zo alledaags zijn als ze lijken. Het eerste artikel in deze serie neemt straattaal onder de loep.

 

Door: Maurice Geluk

 

 ,,Zupzup’’, zeggen ze in koor. Het is de kersverse uitdrukking waarmee Youssef (12), Mert (11) en Ahmed (11) duidelijk maken dat je lellie bent, niet helemaal barkie dus. Bent u d’r nog? De groep 8-ers, die een potje voetbal spelen op het schoolplein aan de Randweg in Hillesluis, blijken grootmeesters in een taal die volwassenen al snel de pet te boven gaat.

In de Van Dale ontbreekt de vinding van de drie. Grote kans zelfs dat het buiten de wijk onbegrepen blijft. Voor de klasgenootjes is het echter volkomen helder dat zupzup een ander woord is voor niet helemaal honderd procent zijn. ,,Net zoals creggie”, vult de Turkse Mert aan. ,,Dat is als je domme dingen doet.”

 

Straattaal. Het groeit en het bloeit in het dichtbebouwde Hillesluis op Zuid. Net als in andere Rotterdamse volkswijken, waar veel verschillende culturen opgroeien en samenleven, wordt het Nederlands aan de lopende band gecombineerd met andere talen. Denk aan het Surinaams, Papiaments, Kaapverdisch en Arabisch. Vooral door kinderen en jongeren. Een verrijking vindt de een, een belemmering bij de ontwikkeling gelooft de ander.

 


Fragment uit 'mi have een droom', een gedicht van Ramsey Nasr. Foto: Maurice Geluk

 

Whatsappen
Big Jay (29), een op Katendrecht woonachtige rapper en jongerenwerker, ziet dat het gebruik van straattaal onder de jeugd een enorme toevlucht heeft genomen. De combinatie van internet, mobiele telefoons en Whatsapp werkt als een vliegwiel. ,,Ze spreken soms zes talen door elkaar, zonder het door te hebben”, zegt hij. Een belemmering bovendien: ,,De jeugd moet het zichzelf afleren, maar dat is niet makkelijk op school. En thuis corrigeren ouders het taalgebruik veelal niet.”

 

De jonge rappers die Big Jay begeleidt, kleden hun teksten doorgaans dik aan met woorden van de straat. Logisch: ,,Want anders worden ze niet begrepen.” En dat gaat nogal vaak over geld (donnie’s en barkie’s), drank (Johnnie), drugs (bruin en wit) en mooie meiden (chimeids). Woorden die ook in het klaslokaal terechtkomen.

 

Naar schatting kampt een derde van de leerlingen op Zuid na de basisschool met een taalachterstand, blijkt uit gegevens van de gemeente Rotterdam. Een serieus probleem aangezien een slechte taalbeheersing een belangrijke voorspeller is van schooluitval in het vervolgonderwijs. Tegelijk zorgt het ervoor dat talenten onderbenut blijven. Daarom zet de Maasstad met verschillende programma’s en subsidieregelingen in op extra lesuren taal (en rekenen).

 


Rapper Big Jay tijdens een hiphopavond in theater Islemunda. Foto: LopesViews

 

Trots op de wijk
Zo ondernam onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) drie jaar geleden een dappere poging om het taalgebruik onder jongeren op te vijzelen. De pijlen van de taalcampagne richtte hij op mbo-scholieren, onder het mom van: met een potentiële werkgever spreek je anders dan met je mattie’s. Het kwam de gemeente op een boel hoongelach te staan. De campagne zou veel te repressief zijn.

 

Taalachterstanden los je alleen op door algemeen Nederlands aan te leren, stelt Marc van Oostendorp van het Meertens Instituut. Niet door straattaal af te leren. Volgens de taalonderzoeker is straattaal een manier voor de jeugd om hun trots te tonen. Op de stad, maar vooral op de wijk waar ze opgroeien.

 

,,Ze laten ermee zien wie ze zijn en waar ze vandaan komen”, aldus Van Oostendorp. Wie het spreekt – jong, maar ook degenen die liever niet ouder worden – ontleent er zijn identiteit aan. Dat buitenstaanders er geen snars van begrijpen, is helemaal de bedoeling. ,,Zodra je ouders het verstaan, voel je je gegeneerd. Dan is het niet meer hip.” Enige geruststelling: ,,Je kunt echt wel zeggen dat het een fase is. Hoe ouder je wordt, hoe oninteressanter het is.”

 

Bij de SKVR, de stichting die zich bezighoudt met kunsteducatie, volgen jaarlijks talloze Rotterdamse kinderen en jongeren een taalworkshop. ,,Iedereen is creatief en iedereen heeft een boodschap”, aldus Femke Saher, coördinator schrijven bij de SKVR. ,,Het gaat erom wat je te vertellen hebt en de manier waarop je dat vervolgens doet.’’ Leerlingen worden dan ook aangemoedigd zo dicht mogelijk bij hun eigen ervaring te blijven. De SKVR reikt stijlmiddelen aan, de leerling gaat vervolgens met een gedicht, een krantje of video aan de slag. Saher: ,,Wij ontmoedigen straattaal niet, maar maken wel het verschil duidelijk met gewoon Nederlands.’’

 

Een potje ballie
Op het schoolplein vuren Youssef, Mert en Ahmed ondertussen met de snelheid van een machinegeweer voorbeeld na voorbeeld af. ,,Telefoon is fona”, zegt de Marokkaanse Youssef. ,,Popo is politie, ballie is voetbal”, aldus Mert. Ahmed: ,,En raffoe is scheet.” Of de drie weten waar al die woordjes vandaan komen? De jongens schieten in de lach. ,,Van hier natuurlijk”, floept Youssef eruit. ,,Het is gewoon Nederlands hoor”, beweert hij stellig. Bovendien weten ze heus wel wanneer ze straattaal moeten inwisselen voor correct Nederlands. Dat komt goed uit. De drie in Hillesluis geboren jongens willen het schoppen tot bankdirecteur, dokter en profvoetballer.

 

Deze blog is geschreven in het kader van Cultuureducatie Met Kwaliteit