Cultuuronderwijs met wetenschappelijke invalshoek voor Rotterdamse scholen

22 september 2016


Cultuuronderwijs in de school dat uitgaat van de kern van de school en haar leerlingen? Dat per school op maat wordt gemaakt én dat ook nog eens theoretisch en wetenschappelijk onderbouwd is? Waaraan culturele instellingen hun expertise kunnen bijdragen? Onderzoeker Fianne Konings en het KCR zijn ermee bezig.


door Rineke Kraaij

In het kader van haar onderzoek ontwikkelt Fianne Konings met consulenten Marjanne Alderliesten en Wendy van Rossum van het KCR, leerplannen kunstzinnige oriëntatie voor scholen. Inzet daarbij is een programma op maat, een leerplan, dat uitgaat van de kern van de school en haar leerlingen. Met de theoretische onderbouwing van dit leerplan en de manier waarop het tot stand komt, zijn Fianne Konings en het KCR uniek in het veld.

De leerplannen kunstzinnige oriëntatie dragen bij aan het leren begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Kinderen leren dat zij zelf sturing en betekenis kunnen geven aan de werkelijkheid. Niet alleen in woord en getal, maar ook in dans, toneel, muziek en beeldende kunst: cultuuronderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van cultureel zelfbewustzijn. Door de ontwikkeling hiervan als basisuitgangspunt te nemen, krijgt veel cultuuronderwijs zoals dat nu wordt onderwezen, een fundament.

door: Marjanne Alderliesten

Het resultaat van de samenwerking tussen KCR en Konings is dat er voor twee scholen, ‘t Prisma en De Globetrotter, volledig op maat gemaakte leerplannen klaarliggen. De komende jaren wil het KCR deze leerplanontwikkeling implementeren en uitbreiden naar meer scholen. Het betreft een ambitieus programma waarbij het leerplan ontwikkeld wordt op basis van gesprekken met schooldirecties, leraren, cultuurcoördinatoren, ouders en leerlingen.

Marjanne Alderliesten en Wendy van Rossum hebben allebei vanuit hun rol als consulent bij het KCR, in gesprek met de scholen, een aantal culturele instellingen en Fianne, nu twee gedetailleerde en inspirerende leerplannen voor de scholen gemaakt. Uitgangspunt was telkens om een programma te maken dat aansluit op de essentie en behoefte van de school en haar leerlingen. Het overkoepelde thema bij ‘t Prisma werd ‘In onze buurt’ met als ondertitel ‘Leren en ontdekken in de publieke ruimte’. Dit kwam voort uit de beleving dat binnen de school de verschillen in afkomst er totaal niet toe doen, terwijl dit buiten school wel speelt. Door het publieke domein te kiezen als onderwerp gaan de kinderen onderzoeken hoe in hun nabije omgeving buiten de school mensen met elkaar omgaan.

De leerplannen zijn gebaseerd op de cultuurtheorie van hoogleraar Barend van Heusden (hoogleraar Cultuur en Cognitie, onderzoeksprogramma Cultuur in de Spiegel), gecombineerd met het ontwerpprincipe Understanding by Design. De cultuurtheorie van Van Heusden komt er in het kort op neer dat cultuuronderwijs bijdraagt aan cultureel zelfbewustzijn bij kinderen. Dit houdt in dat kinderen hun vermogen ontwikkelen om te reflecteren op de wereld waarin zij leven, de cultuur en het menselijk handelen en dat zij hieraan ook uiting leren geven in bijvoorbeeld beeldende, theatrale of muzikale taal.

Een voorbeeld: Op veel scholen bekijken leerlingen werken van beroemde kunstenaars. Vervolgens gaan de leerlingen met de technieken van deze kunstenaars aan de slag. Volgens Konings is het interessanter om leerlingen, net zoals kunstenaars dat doen, te leren dat ook zij zelf in staat zijn om met een eigen beeldtaal te reflecteren, een reactie te geven op hun omgeving en hier uiting aan geven.

De leerplannen worden ontwikkeld volgens het principe van Understanding by design.
Dit houdt in dat je een aantal essentiële vragen hebt waaruit het onderwijsprogramma voortvloeit. Bij ‘t Prisma zijn dit vragen zoals: Wat doe ik/doen mensen in de publieke ruimte (fysiek en virtueel) en waarom doen ze dat/ doe ik dat en waarom juist daar? Heb ik invloed in de publieke ruimte? Als dit zo is, hoe kan ik deze ruimte positief beïnvloeden? Hoe hebben anderen, bijv. kunstenaars dat gedaan? Wat kan ik van hen leren?
Een belangrijke overkoepelende vraag, gebaseerd op de cultuurtheorie en UbD, die hieraan vooraf gaat, is: Hoe reflecteert kunst op cultuur en vormt het tevens de cultuur? Vervolgens wordt aan de hand van deze vragen een jaarprogramma ontwikkeld waarbij onder meer per leerjaar de vaardigheden om te reflecteren worden ontwikkeld. In groep 1 en 2 staan bijvoorbeeld ervaren centraal, in groep 3 en 4 het leren zien van verschillen, enzovoorts. Uiteindelijk doorloopt een kind gedurende zijn of haar schoolcarrière dit stappenplan en wordt er daadwerkelijk voortgebouwd op dat wat al geleerd, ontwikkeld en eigen gemaakt is.

Het is een ontwerpproces waar Marjanne Alderliesten erg gelukkig van wordt en met haar ook de betrokken scholen. Het geeft namelijk richting en samenhang in het cultuuronderwijs van een school. Tegelijkertijd geeft het ontwerp nog heel veel ruimte om als leerkracht samen met de leerlingen verder uit te werken. Daarnaast gaan door het leerplan de gesprekken tussen culturele instellingen en basisscholen echt over de ontwikkeling van kinderen in relatie tot de kunsten. Een win win situatie!

Resultaten van dit explorerend onderzoek geven inzicht in de theoretische onderbouwing van de leerplannen, het proces om tot het leerplan te komen en in de leerplannen zelf. De publicatie hierover wordt februari 2017 verwacht.

Fianne Konings is zelfstandig onderzoeker en heeft de afgelopen jaren promotieonderzoek gedaan naar de bijdrage van culturele instellingen aan cultuuronderwijs binnen basisscholen. Inzet van haar onderzoek is om te komen tot theoretisch gefundeerd cultuuronderwijs waarbij een optimale samenwerking ontstaat tussen scholen, culturele instellingen en/of kunstvakdocenten. Kijk hier en hier voor haar eerdere onderzoeken.

Deze blog is geschreven in het kader van Cultuureducatie Met Kwaliteit