Cultuuronderwijs als leerschool voor ‘vreedzaam vechten’

15 maart 2018

‘Cultuuronderwijs kan goed bijdragen aan gelijke kansen voor alle leerlingen.’ Dat zegt professor Barend van Heusden (Rijksuniversiteit Groningen) in een duolezing met doctor Emiel Heijnen (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten). Volgens Heijnen zou cultuuronderwijs voor leerlingen een arena moeten zijn om ‘vreedzaam te leren vechten’. Beide wetenschappers deden hun uitspraken voor een zaal met ongeveer honderd deelnemers uit het Rotterdamse culturele en onderwijsveld.

 

Door Jon Marree

 

De Haaienzaal van het Ocenanium in Diergaarde Blijdorp was op 8 maart het decor van de door KCR in het kader van de Maand van Cultuuronderwijs 2018 georganiseerde duolezing. Het evenement was onderdeel van een vierdaagse over de impact die cultuuronderwijs kan hebben op leerlingen en scholen. Volgens Anne Marie Backes, directeur van KCR, ‘een mooie gelegenheid om samen op te denken en ideeën uit te wisselen over de mogelijkheden die cultuuronderwijs biedt voor gelijke kansen voor alle leerlingen’.

 

Culturele canon

Professor cultuurfilosofie Barend van Heusden neemt het gehoor allereerst een stukje mee terug in de geschiedenis van het cultuuronderwijs. Naar de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen cultuuronderwijs nog diende voor het overdragen van waarden, plus het aanleren van ambachtelijke vaardigheden. Er bestond in die tijd een onomstreden culturele canon, die de waarden en normen van de dominante sociale klasse weerspiegelde.

 

Met de democratisering en emancipatie van sociale groeperingen in de daarop volgende decennia verdween die eensgezindheid over waarden en normen. De vraag ontstond: wat is cultuur nu eigenlijk? Voor het cultuuronderwijs betekende dit dat de aandacht verschoof naar de ervaring en ontwikkeling van de leerling. Volgens professor van Heusden zijn de gevolgen hiervan ‘desastreus’. Omdat in cultuuronderwijs enkel nog het enthousiasme van docenten en het praktische nut van de verschillende vakken van betekenis waren, raakte het vak uitgehold. ‘Het verloor zijn intellectuele aantrekkingskracht’,  aldus Van Heusden, die vindt dat het schoolprofiel Cultuur en Maatschappij te ver is weggezakt.

 

Omgaan met herinneringen

Waar zou het in cultuuronderwijs dan wel over moeten gaan? Er vanuit gaande dat cultuur geen product is, maar een vorm van gedrag, dat vooral wordt bepaald door de manier waarop we omgaan met onze herinneringen. Volgens Van Heusden begint cultuur altijd met ‘de ervaring van een verschil tussen onze herinnering en de werkelijkheid’. Met andere woorden: wanneer de dingen anders zijn dan wat wij uit ons geheugen kennen. Als mens zijn we in principe vrij in hoe we met die discrepantie omgaan. Deze vrijheid is de basis van onze creativiteit en onze cultuur. Over onze persoonlijke vrijheid om de werkelijkheid vorm en betekenis te geven, zou cultuuronderwijs volgens Van Heusden moeten gaan.

 

Zijn collega, lector Kunsteducatie Emiel Heijnen, borduurt in feite op deze insteek voort. Volgens hem heeft onze samenleving meer dan ooit behoefte aan de kunst van het ‘vreedzaam vechten’. Daarmee bedoelt hij het volgens de regels van de kunst met elkaar oneens zijn. Dit in de vorm van discussie en debat, van het strijden voor ideeën, maar dan wel binnen de grenzen van wat wettelijk is toegestaan. Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse jongeren, in vergelijking tot andere Europese jongeren, weinig interesse hebben in politiek en ook weinig deelnemen aan maatschappelijke activiteiten.

 

Lees hier het hele artikel. 

 

Bekijk hier de presentaties 'De drie pijlers van cultuuronderwijs' van Barend van Heusden en 'Fight the powers that be!' van Emiel Heijnen.

 

De foto's (fotograaf: Dimitri Hakke) van de middag zijn hier te vinden. Beeldmateriaal kan vrij gedeeld worden onder vermelding van de fotograaf, KCR en de Maand van Cultuuronderwijs. 

 

Dit artikel is onderdeel van: