Correspondent Saskia Naafs: De klas uit, de buurt in

17 juni 2019

Kunst en cultuur is meer dan alleen het museum. Vaak stikt het van de kunstenaars en cultuurinitiatieven om de hoek van de school. Als je die directe omgeving meer bij kunst- en cultuuronderwijs betrekt, leidt dat tot leuke, en soms ook ongemakkelijke ontmoetingen.


Door: Saskia Naafs

De leerlingen van klas 2c van het Calvijn Business College geven eind maart een rondleiding door Charlois. Jeremy neemt ons mee naar het Karel de Stouteplein. “Karel de Stoute, dat was de graaf van Holland”, weet hij. Maar belangrijker: “Dit plein is een hele leuke plek voor de buurt. Iedereen komt hier samen, van elk geloof en van elke cultuur. Jongeren voetballen, er wordt gebarbecued, families komen hier, ouderen en kinderen. Ik kom er ook graag.”


De tweedeklassers zijn begeleid door UrbanGuides, maar kregen veel vrijheid om hun eigen thema te kiezen, vertelt docent beeldende vorming Eva Rosa Kost. Ze verkenden de geschiedenis van Charlois, maar ook de tegenstellingen tussen arm en rijk in de wijk, en er was zelfs een ‘vieze tour’, met schimmige plekken in de buurt. De keuze van de plekken vertelt veel over hoe de leerlingen naar hun wijk kijken, maar het is ook een mooie manier om cultuur in de buurt meer bij het onderwijs te betrekken.


Een open houding

Voor de KCR Maand van Cultuuronderwijs – met als thema ‘de drempel over’ – was ik correspondent buurten. Hoe kun je de buurt van de school meer bij kunst- en cultuurlessen betrekken? Een schoolexcursie leidt vaker naar museum Boijmans van Beuningen dan naar het kunstenaarsatelier, de muurschilderingen, of het Unesco-werelderfgoed om de hoek, om een paar voorbeelden te noemen.

Initiatieven zoals de buurtrondleidingen in Charlois, maar ook lessen van kunstenaars uit de buurt opgezet door Alle Ruimte, brengen daar verandering in. Zowel leerlingen als leraren en buurtbewoners kunnen daarvan profiteren. Kunst en cultuur zijn belangrijke middelen om ontmoetingen in de buurt te stimuleren en om een open, nieuwsgierige houding te ontwikkelen.

CKV-docent Martine Nederend van Melanchthon Mathenesse, een middelbare school in hartje West, vertelt in haar klaslokaal op de eerste verdieping van het moderne, open schoolgebouw in Spangen, dat ze haar leerlingen de wijk instuurde om op zoek te gaan naar kunst. Ze stonden stil bij beschilderde elektriciteitskastjes, bij een monument voor de Lidl-supermarkt, maar ook bij het buurthuis waar twee leerlingen tekenles en zangles volgden.


Hoe de buurt de klas inkomt

Nederend vertelt dat voor veel van haar leerlingen Spangen hun wereld is, en dat de wijk een belangrijke rol speelt op school: “We mogen er nog zo verschillend uitzien en verschillende achtergronden hebben, de wijk is onze gemeenschappelijke deler.”

De school is, zeker in Rotterdam, vaak een afspiegeling van de superdiverse stad. Maar dat geldt niet voor alle scholen. Yolande de Beer, rector van het Marnix Gymnasium, vertelde tijdens de KCR-talkshow ‘Debatmeester’ op 6 maart dat het Marnix tien jaar geleden nog een vrij witte school was. Er zaten ook heel weinig kinderen uit de directe omgeving van de school op het Marnix. Daarom besloot de school actief de wijken in te gaan om kinderen te werven met de boodschap: ‘Ook jij kunt naar het gymnasium’. Het resultaat is dat nu ook het Marnix zichzelf een superdiverse school mag noemen. Dat bleek ook in de VPRO Tegenlicht-aflevering Mijn stad is mijn hart van oktober 2018 waarin een les op het Marnix figureerde.

In die les vertelt socioloog Iliass el Hadioui, auteur van het boek ‘Hoe de straat de school binnendringt,’ over de verschillende sociale ladders die leerlingen beklimmen, die van thuis, de school en de straat. Soms komen die ladders precies overeen en is de vraag ‘wie ben ik?’ makkelijk te beantwoorden. Soms zijn er grote verschillen en schuurt het. Jongeren in de stad groeien op in verschillende werelden: ze moeten kunnen laveren tussen de zichtbare en onzichtbare sociale codes van de thuiscultuur, de schoolcultuur en peer-groep. En dat levert soms spanningen op. Voor het opgroeien in de superdiverse stad heb je dus bepaalde vaardigheden nodig, zoals de open houding en flexibiliteit die Nederend ook noemde.


Kunst biedt ruimte voor ontmoeting

Ook beeldend kunstenaar Berenice Staiger benadrukt het belang van ontmoetingen, en van die open houding. “Ik vind het steeds belangrijker om contact met de buurt te hebben. Voor mij is de waarde van kunst het delen ervan.” Op een ochtend in mei geeft ze les aan leerlingen van de derde klas van de Hugo de Grootschool in Charlois. Ze gaan een monoprint maken, maar voordat ze met verf en potlood aan de slag mogen, doet Staiger eerst een oefening met de derdeklassers.

In een grote kring moeten ze hun handen een voor een los wapperen en bewust worden van hoe hun lichaam voelt. Daarna gaan ze in tweetallen tegenover elkaar staan, de handpalmen naar elkaar gericht, met net een paar centimeter ruimte ertussen. De een leidt, de ander moet de handen van zijn overbuurman of buurvrouw volgen. De tieners voelen zich zichtbaar ongemakkelijk, een paar giechelen. Maar dan raken de leerlingen er steeds bedrevener in, de concentratie neemt toe, het lawaai verstomt.

Staiger wil de jongeren niet alleen teken- en schildertechnieken meegeven in haar atelier, maar ze ook een manier van kijken aanleren, ‘een bewustwording van alles om je heen’. Het thema van haar lessen is mijn universum. Ze wil dat de leerlingen nadenken over wie ze zijn, wat belangrijk voor hen is, maar ze ook leren om respect voor anderen en voor verschillen te hebben.


Stap uit je bubbel

In Oud-Charlois wonen zo’n tweehonderd kunstenaars, weten Liesbeth Eshuis en Marieke Haandrikman, oprichters van Alle Ruimte. Ze zijn dit jaar begonnen met het ontwikkelen van lesprogramma’s, samen met vakmensen en kunstenaars uit de wijk en docenten van twee middelbare scholen en een basisschool in Charlois. De vakdocenten, zoals Berenice Staiger, geven les in hun eigen atelier, zodat leerlingen inzicht krijgen in hun werkwijze en even uit het klaslokaal zijn. “Wij willen de leerlingen uit de school halen en mee de wijk in nemen”, zegt Eshuis.

In januari maakten leerlingen onder begeleiding van geluidskunstenaars een eigen muziekinstrument en compositie. Uit een evaluatie van die eerste pilot blijkt dat de docent de vaklessen een verrijking van het onderwijsprogramma vond, en de leerlingen waardeerden de extra vrijheid: ze mochten meer zelf verzinnen en ontdekten soms onvermoede creativiteit bij zichzelf. De kunstenaars, op hun beurt, vonden het inspirerend om leerlingen uit hun wijk te ontmoeten. Zoals een van de vakmensen zei: “Ja, het is mijn wijk, en ik vind al die culturen gewoon supertof. Ik zit nog steeds zelf wel een beetje in een witte bubbel en ik vind het gewoon tof dat je een beetje mengt.”

Zowel kunstenaars als scholieren leren dus nieuwe dingen – hoe jongeren denken of hoe kunstenaars werken – en merken dat er nog veel meer te ontdekken valt in hun eigen buurt. Kunst in de buurt kan verschillende dingen zijn en beperkt zich zeker niet tot kunstenaars of culturele instanties, zegt ckv-docent Martine Nederend: “Ik vind het belangrijk dat leerlingen hier rond kunnen lopen en met andere ogen naar hun wijk kunnen kijken. Ze staan daar ook voor open, ze vragen bijna nooit – ‘Is dit kunst?’. Ik denk dat die open houding het allerbelangrijkste is. Je moet flexibel kunnen zijn, dat is ook voor hun eigen toekomst belangrijk.”

 

Drieluik over cultuuronderwijs

Deze serie is geïnitieerd door KCR en wordt gepubliceerd in samenwerking met Vers Beton. KCR organiseert sinds 2017 elk jaar de Maand van Cultuuronderwijs. Een maand lang staat cultuuronderwijs in Rotterdam in de spotlights. Deze maand stond dit jaar in het teken van ‘de drempel over’. Hoe nodigt kunst en cultuur uit om onbekende drempels te nemen? Wat levert het op die over te gaan? En welke drempels werpen de culturele sector en de stad zelf op voor talenten? Naar aanleiding van dit thema gingen Derek Otte, Saskia Naafs en Inge Spaander op onderzoek uit.