‘Als je goed cultuuronderwijs geeft, dan heb je geen pestprotocol nodig’

05 december 2016

Het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR) heeft op twee basisscholen in samenwerking met onderzoeker Fianne Konings leerplannen cultuuronderwijs ontworpen voor groep één tot en met acht. Een leerplan dat een meerjarig kader biedt voor cultuuronderwijs gedurende het gehele schooljaar en geheel op maat is gemaakt. Dat gaat op basis van de visie en missie van een school. Ook de ouders en de omliggende wijk worden hierin meegenomen. De onderbouwing van de leerplannen is onder meer gebaseerd op de cultuurtheorie van ‘Cultuur in de Spiegel’ die er vanuit gaat dat cultuuronderwijs kan bijdragen aan de ontwikkeling van cultureel bewustzijn (het vermogen tot reflectie) van kinderen. Simpel gezegd: wie ben ik, wat doe ik en hoe verhoud ik me tot anderen? In een eerder blog is te lezen wat deze theorie en leerplannen zo bijzonder maakt en waarom dit zo belangrijk is. In dit blog zoomen we in hoe in praktijk de samenwerking tussen KCR en de scholen verloopt bij het maken van zo’n uitgebreid leerplan voor cultuuronderwijs. Rineke Kraaij sprak met schooldirecteur Tabitha Verhulst van basisschool de Globetrotter en met KCR-consulent Wendy van Rossum over hun ervaringen. 

De leerkracht centraal
Wendy van Rossum is consulent bij KCR. Zij helpt scholen bij visieontwikkeling en professionalisering, en geeft advies bij het maken van cultuurprogramma’s of het vinden van een partner in cultuur. Daarnaast werkt ze mee aan projecten als Stel je voor en Ateliers in school. Startpunt is voor Wendy de rol van de leerkracht: zij moeten het immers ‘doen!. De methode van leerplannen maken zoals deze is ontwikkeld door Fianne Konings, helpt leerkrachten enorm om zich bewust te worden van de mogelijkheden van cultuuronderwijs, ziet en hoort Wendy. Een onderzoekende houding -die de basis is bij deze aanpak van cultuuronderwijs- inspireert leraren om dit in meer lessen, dus ook bij taal en rekenen, toe te passen. Daarbij zit het leerplan zo in elkaar dat kunst en cultuur niet iets is wat ‘erbij’ komt. Het maakt het lesgeven in z’n geheel speelser en lichter. Het biedt duidelijke kaders en sluit aan bij leerdoelen terwijl het naast richting vooral ruimte en vrijheid geeft.

Proces
Ook Tabitha Verhulst geeft aan dat ze het belangrijk vindt dat de leerkrachten het nieuwe leerplan dragen en erin geloven. De Globetrotter is een school die in de afgelopen vijf jaar erg is veranderd. Een Daltonschool op Katendrecht waar vijf jaar geleden niets gedaan werd aan kunst en cultuur. Zeer verbazingwekkend vond Verhulst dit, omdat het een school is die naast de SS Rotterdam ligt te midden van allerlei culturele instellingen en met veel ouders die zelf actief zijn in de kunst- en cultuursector. De afgelopen vijf jaar zijn Tabitha Verhulst en haar collega Sonja Deutz met het hele team hiermee aan de slag gegaan. Ondertussen neemt kunst en cultuur een belangrijke plek in in de school. De visie was echter nog niet helder verwoord en de activiteiten daardoor nogal versnipperd. De start van het leerplantraject was daarom een studiedag waarin directie en docenten met elkaar aan de slag gingen om hun visie te verwoorden om vervolgens ook met elkaar uit te maken welke vaardigheden, kennis en randvoorwaarden nodig zijn om die ideale kunst- en cultuurschool te worden. Na deze studiedag is Wendy in alle stukken gedoken en heeft op basis van diverse interviews met leerkrachten, ouders, kinderen en directie een leerplan ontwikkeld, dat volledig aansluit op de gewenste resultaten van de leerlingen in groep 8. Een van de voorwaarden was, dat naast de samenwerkingen met culturele instellingen, docenten vooral ook zelf aan de slag moesten kunnen gaan met cultuuronderwijs. Daarbij ging het om een attitudeverandering van docenten die misschien in eerste instantie dachten: ‘help moet ik nu kunst en cultuurvakken gaan geven’, naar een mentaliteit van: ‘wow ik kan zelf vormgeven aan dit proces en het zo invullen dat dit ook bij mij past.’ Daarmee geef je het eigenaarschap van de leraar over z’n lessen terug, aldus Wendy. De één kan denken we moeten het bos in en de ander gaat gitaar spelen. Maar ze bereiken via een andere weg hetzelfde leerdoel. Daarbij wil Tabitha dat de kennis echt in de school zit. Want in onderwijsland kunnen subsidiepotjes elk moment weer verdwijnen en dan is het belangrijk dat je als school zelf door kunt gaan met het geven van kunst - en cultuurlessen.

Het leerplan
Wendy vertelt dat de leerkrachten vooral heel enthousiast waren over de vragen die ten grondslag liggen aan het leerplan. Bij de onderbouw vragen als: ‘wie ben ik’ of ‘waar woon ik, hoe ziet mijn huis eruit en wat voor een soort gebouw is onze school?’. Bij de bovenbouw zijn het vragen zoals: ‘wie ben ik en welke rollen speel ik’ en ‘wat zijn overeenkomsten en verschillen in gebouwen als je kijkt naar Rotterdam als geheel en specifiek het havengebied.’ Dit zijn slechts een paar voorbeelden uit de tientallen vragen die door het hele jaar heen de basis vormen voor het cultuuronderwijs. Daarbij wordt ook voor de verschillende kunstdisciplines richting gegeven aan de concrete aanpak in de klas. Naast het feit dat het leerplan aansluit bij die visie van de school, voldoet het ook aan alle landelijke, wettelijke doelen. Een puzzel die Wendy met veel plezier maakte.

Integrale Visie
Onderwijs gaat de komende jaren echt over persoonlijke aandacht, vertelt Tabitha. Het feit dat er nog steeds frontaal, twee aan twee klassikaal onderwijs wordt gegeven, vindt zij niet meer uit te leggen. Zij ziet dat juist cultuuronderwijs bijdraagt aan die persoonlijke ontwikkeling. Goed met elkaar om leren gaan en begrip krijgen voor elkaars achtergrond zijn belangrijk in cultuuronderwijs. Het gaat over véél meer dan een tekening, een liedje of een toneelstuk maken. Als je goed cultuuronderwijs in je school hebt, dan heb je geen pestprotocol nodig, aldus Tabitha. Bovendien kan het bij dans ook gaan over tellen en dus indirect over rekenen, of bij theater over taalontwikkeling. Daardoor kom je tot een integrale onderwijsvisie waarbij kunst en cultuur door het hele programma loopt. Het gaat dan niet om wat kinderen nu precies maken, maar om het proces dat doorlopen wordt door het kind en met elkaar. Dat je kunt vertellen wat je hebt gemaakt en waarom. De wens van het team van de Globetrotter is, dat kinderen in groep acht met elkaar een musical kunnen maken die in het Nieuwe Luxor staat, met alle toeters en bellen. Waarbij iedereen z’n aandeel heeft in het maakproces en weet waarom hij of zij juist dat aandeel wil hebben. Omdat hij of zij heeft ontdekt dat daar zijn of haar talent ligt.

Aan de slag
Tabitha en haar team zijn erg tevreden met de resultaten tot nu toe. Sommige docenten zijn zelfs al aan het werk met het leerplan. Het totale leerplan wil Wendy voor de Kerst nog eenmaal aanscherpen en in het voorjaar zal de hele school gaan werken op basis van het leerplan. Voor scholen die wat dieper in cultuuronderwijs willen duiken, is het ontwikkelen van een leerplan op deze manier heel uitdagend en verdiepend: een absolute aanrader.

 Foto: Dimitri Hakke