Aftrap van het netwerk ‘Rotterdams CKV-model’ bij Lucia Petrus Mavo

15 september 2016

Bij binnenkomst worden de flesjes water meteen uitgedeeld. Ondanks de ruim 30 graden buiten, is het in de aula van de Lucia Petrus Mavo koel. De ruim dertig aanwezige leerkrachten en educatoren luisteren inspannend, water in de aanslag. Op dinsdag 13 september werd een nieuw Rotterdams experiment afgetrapt: het Rotterdams CKV-netwerk. Hierbij wordt een uniek en lokaal model voor het schoolvak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) opgezet. Aan het begin van het volgende schooljaar moet er een Rotterdams CKV staan. Het wordt het eerste stedelijke CKV van Nederland.


Het vak CKV is landelijk in ontwikkeling. Vanaf september 2017 gelden er nieuwe exameneisen voor het vak, die de ingezakte kwaliteit een impuls moeten geven. Deze landelijke vernieuwing voorziet in meer ruimte voor scholen en culturele instellingen om een eigen invulling aan het vak te geven. Rotterdam gaat een stap verder en maakt een eigen CKV, toegespitst op de scholen en culturele instellingen van de stad. Binnen het experiment gaan acht scholen aan de slag met ieder twee culturele instellingen in zogenaamde proeftuinen. Iedere school werkt aan een eigen vakgebied binnen CKV. Gastschool Lucia Petrus Mavo werkt het komende jaar met Maas theater en dans en TENT aan performance art.

In Rotterdam maakt nu nog slechts 55% van de scholen gebruik van de rijkssubisidiëring voor de CJP Cultuurkaart, waarmee culturele activiteiten binnen CKV betaald worden. Dat moet omhoog. Landelijk ligt dat percentage op 76%. Met een bevolkingssamenstelling die maar liefst 175 nationaliteiten telt, is Rotterdam uniek in Nederland. Een landelijk CKV doet dus geen recht aan de diversiteit van de stad of aan de problemen en kansen die Rotterdam kent, is de overtuiging.

‘Wat ik hoop is dat CKV gaat helpen om leerlingen uit hun hokje te halen. Een sterk CKV maakt de weg vrij om kunst het onverwachte perspectief in school te laten zijn’, aldus Mirjam van Tilburg die projectleider is van het netwerk dat gaat werken aan een nieuw en lokaal CKV. Maar wat is een lokaal CKV eigenlijk? Wat houdt dat in? Wat kan in Rotterdam maar nergens anders? Verschillende aanwezigen doen daarover een duit in het zakje. ‘In Rotterdam werken culturele instellingen onderling zo goed samen’, zegt de een. ‘Rotterdam is divers. Er zijn zoveel perspectieven’, zegt de ander.

Filosoof en bestuurskundige Maurice Specht laat zijn licht erover schijnen in een inspirerende korte lezing. Het lokale is inmiddels naar een hoger plan getild, zegt hij. Had het vroeger nog iets dorps en benauwends, nu is het helemaal okee om je brood bij de Rotterdamse bakkert te halen, je fiets te laten maken bij de fietsenmakert en je cappuccino te drinken bij een lokale club met Rotterdamse koffiebonen in de machine. Volgens Maurice is een houding van ‘denkers met opgestroopte mouwen’ lokaal en Rotterdams.

Dagvoorzitter Rineke Kraaij leidt de groep in een intervisiesessie. Vier groepjes zitten druk in overleg over een casus die een van hen inbrengt. Casus ‘hoe laat je orkestmusici aansluiten bij de leefwereld van leerlingen’ bijvoorbeeld. Of ‘hoe hou je de motor draaiende bij je leerlingen zonder dat je steeds intervisie pleegt’. Nadien blijken de gesprekken open en warm te zijn geweest en hebben de casusbrengers waardevol advies gekregen.

Vierentwintig middelbare scholen en culturele instellingen vormen samen het netwerk dat actief aan de slag gaat met een eigen CKV-model. De acht proeftuinen tussen scholen en culturele instellingen zijn daar een onderdeel van. Maar het netwerk zet zich ook in voor alternatieve financiering van de CJP Cultuurkaart. Scholen geven namelijk aan dat zij de kosten hiervoor niet alleen kunnen dragen. Extra financiering moet onder andere uit het bedrijfsleven komen.

Het komende jaar zullen er zes bijeenkomsten zijn waarin het netwerk met elkaar denkt over en werkt aan een lokaal CKV. De volgende bijeenkomst staat gepland op 11 oktober. Meer informatie? Neem contact op met Mirjam van Tilburg.

Het Rotterdams CKV-model wordt mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het programma Rotterdam dé Stad van Cultuuronderwijs (RSCO), Fonds 21 en CityLab010.